Dictee
Tijden
Woordsoorten
Enkelvoud en meervoud
Woordsoorten en Leestekens
100

Welk woord is fout geschreven?

A. kilo
B. magiesch
C. actie
D. liniaal

B = magisch 

100
In welke tijd staat deze zin:


Ik fiets helemaal alleen naar school! 

Tegenwoordige tijd
100

Wat is het voltooid deelwoord in de volgende zin:

Gisteren heb ik een lang stuk gefietst.

gefietst 

100
Zet de volgende woorden in enkelvoud:


de schaduw

het concert

de paraplu

schaduwen

concerten

paraplu's 

100

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin:


Mijn vader vindt treinen mooi en houdt ook van oude auto's. 

oude

200

Welk woord is fout geschreven?

A. breedste
B. benauwt
C. recept
D. voorhoofd

B = benauwd

200
In welke tijd staat de volgende zin:


Vanochtend is hij naar zijn opa en oma gegaan. 

Voltooide tijd

200

Wat is het onderwerp in de volgende zin:


Mijn tante woont twee straten verderop.

Mijn tante
200
Zet het volgende woord in meervoud:


Verkoudheid 

Verkoudheden

200

Wat is de persoonsvorm in de volgende zin:

Mijn moeder slaapt de hele nacht door.

slaapt

300

Welk woord is verkeerd geschreven?

A. carnaval
B. ekster
C. perfect
D. collektie

D = collectie

300
Zet deze zin in de voltooide tijd:



Ik ga een boodschappenkar pakken

Ik heb een boodschappenkar gepakt 

300
Wat is de persoonsvorm in deze zin:


Ik ga vanavond lekker in het restaurant eten. 

Ga 

300

Zet de volgende woorden in enkelvoud:

ganzen

schoonheden

leden 


gans

schoonheid

lid

300

Wat is het voorzetsel in de volgende zin:


De mooie bank stond tussen de kast en de televisie in. 

tussen

400

Welk woord is fout geschreven? En hoe moet het wel? Spel het goede woord.

A. winkelcentrum
B. paraplu's
C. partijtje
D. hoeveelheit

D. hoeveelheid

400

Zet de volgende woorden in de verleden tijd:

Wij fluiten - wij ...

Wij duiken - wij ...

wij blazen- wij ....



floten

doken

bliezen 

400

Wat is het hulpwerkwoord in de volgende zin:

Hij is gisteren fietsend naar de supermarkt gegaan. 

Is

400
Staat het volgende woord in enkelvoud of meervoud:


verzameling

enkelvoud 

400

Waar moeten de aanhalingstekens?


Zo! Dat is een groot gebouw, antwoord de juf.

'Zo! Dat is een groot gebouw', antwoord de juf.

500

Welk woord is goed geschreven?

A. waarneer
B. wanneer
C. waneer
D. warneer 

B! wanneer 


500

In welke tijd staat de volgende zin:


Vanmiddag moesten alle leerlingen gewoon naar school fietsen.

Verleden tijd

M
e
n
u