lezen
woorden
spelling
grammatica
100

Geef een voorbeeld van een informatieve tekst.

interviewverslag, woordenboektekst, schoolboektekst, nieuwsbericht,....

100

Geef de betekenis voor aarzeling

Besluiteloosheid, twijfel

100

Vervoeg het werkwoord juist in de verleden tijd.

De docent (starten) de toets stipt om 8u30.

Startte

100

Hoeveel zelfstandige werkwoorden kunnen er in een zin staan?

Precies 1

200

Op welke twee manieren kan een interviewer zijn verslag schrijven?

Letterlijk interviewverslag

Samenvattend interviewverslag

200

Geef de betekenis voor kennelijk.

Blijkbaar

200

Zij (gehoorzamen) hun ouders niet meer. 

Vervoeg in de VT. 

Gehoorzaamden

200

Benoem het woord duizenste

Rangtelwoord

300

Noem 3 functies die de inleiding kan hebben.

Onderwerp noemen

Aanleiding noemen

Centrale vraag stellen

Mening van de schrijver geven 

Samenvatting van de inhoud geven

300

Geef de betekenis voor welbespraakt.

Goed in praten

300

Hij (brengen) mij het boek zodat ik kon leren. 

Vervoeg in de VT

Bracht

300

Noem het woord ze in de zin 'Ze wil naar huis.'

Persoonlijk voornaamwoord

400
Noem twee functies die het slot kan hebben.

Conclusie geven

Samenvatting geven

Advies geven

400

Wat betekent het achtervoegsel -eur?

een persoon

400

Ik (verspreiden) zoveel mogelijk glitters door de kamer. 

Vervoeg in de VT.

verspreid

400

Benoen het woord mijn in de zin: 'Ik ben mijn boek vergeten.'

Bezittelijk voornaamwoord

500

Geef twee signaalwoorden die bij het samenvattend tekstverband horen.

kortom, samenvattend, al met al

500

Bedenk een woord met het voorvoegsel pre-

Prehistorie, preselectie,...

500

Wanneer gebruik je een dubbele punt?

Voor een opsomming

Voor een uitleg

Voor een citaat

500

Geef 3 voorbeelden van voorzetsels. 

van, op, in, onder, tijdens,...

M
e
n
u