gevoelens
woorden
preposities
100

Ik ben ... op mijn dochter want zij doet haar best op school.

trots

100

Wat vind je vreemd aan de Belgische c... ?

cultuur

100

Ik ben boos ... jou.

boos op

200

Ik ben vandaag ... ... omdat de zon schijnt.

goedgezind

200

De zussen lijken op elkaar, maar er zijn ook v... tussen de twee.

verschillen

200

Ik ben trots ... jou.

trots op

300

Na een warm bad voel ik me o...

ontspannen

300

Waarom ben je naar Belgiƫ ... ? (=naar een ander land verhuizen)

gemigreerd
300

Ik ben bang ... spinnen.

bang van/voor

400

Toen ik het cadeau opendeed, was ik niet blij. Ik was t ...

teleurgesteld

400

Toen ik mijn haar had gekleurd, moest ik even ... aan mijn nieuwe uiterlijk.

wennen 

400

Ik ben blij ... mijn cadeau.

blij met

500

Toen mijn dochter geboren werd, was ik ... (sterke emoties hebben)

ontroerd

500

Bij ons in de familie is het de g... om zondag samen te ontbijten.

gewoonte

500

Ik ben verliefd ... jou.

verliefd op

M
e
n
u