Dutch-English 1
Dutch-English 2
English - Dutch 1
English - Dutch 2
100

volwassen

adult

100
vrienden maken

make friends

100

together

samen

100

opinion

mening

200

taal

language

200

hoesten

cough

200

spend time with

tijd doorbrengen met

200

colleague

collega

300

optimistisch

optimistic

300

stom/dom

stupid

300

complex

ingewikkeld

300

sign language

gebarentaal

400

gevoelig

sensitive

400

toestemming

permission

400

peer

leeftijdsgenoot

400

contagious

aanstekelijk

M
e
n
u