Vocab A & C
Vocab F & G
Stones
Grammar
Theme Words
100

Aardbei

Strawberry

100

Bloem (voor bakken)

Flour

100

"Het is één pond."

It's (It is) one pound.

100

Meervoud van Hero.

Heroes.

100

Ijsthee.

Ice tea.

200

Winkelmandje

Shopping Basket

200

Varkensvlees

Pork

200

"Zouden we kunnen bestellen, alstublieft?"

Could we order, please?

200

Meervoud van Party.

Parties

200

Chips.

Crisps.

300

Amount

Hoeveelheid

300

Wedstrijd

Competition

300

"Dit is alles wat ik nodig heb. Bedankt."

This is all I need. Thank you.

300

Je wil iets aanwijzen dat ver weg is en er zijn meerdere van. Welk woord gebruik je hierbij?

Those.

300

Als iets echt heel vies is.

Disgusting.

400

Een woord om te zeggen dat iets tegenwoordig gebeurt. 

Nowadays

400

Een speciaal evenement of bijzonder gelegenheid.

Occasion

400

"Mijn favoriete voedsel is taco's, omdat het pittig is."

My favorite food is tacos, because it is spicy.

400

Je komt bij iemand thuis. Je hebt dorst, dus je vraagt: Can I get some water, please?


Klopt deze zin? Zo ja/nee, waarom?

Je weet dat het antwoord op de vraag ja is. (Normaal gebruik je any)

400

Geen toetje en geen voorafje. Dit is het meeste op het bord. Vaak ook het duurste op het bord.

Main course.

500

Als je alles bij elkaar hebt. Bijvoorbeeld boodschappen bij elkaar.

Altogether

500

Iets dat je graag doet. Specifiek één ding die je graag doet. Ik hou ... van tekenen.

Especially

500

Ik vind deze maaltijd niet echt lekker, want de saus is te zoet.

I don't (do not) really like this meal, because the sauce is too sweet.

500

Deze bussen hebben geen stoelen.

These buses do not (don't) have any seats/chairs.

500
Een pak melk

Ontbijtgranen

Soep

Rijst

Vlees

A carton of milk

Cereal

Soup

Rice

Meat

M
e
n
u