Organismen en omgeving
Voedselweb/
voedselketen
Groepen organismen
Random biologie facts
De laatste les
100

Water, lucht, temperatuur en licht zijn voorbeelden van _________ factoren

Abiotische

100

Wat is altijd de eerste schakel in een voedselketen?

Een plant / producent

100

Hoe noem je een dier dat alleen vlees eet?

Vleeseter

100

Hoeveel poten heeft een spin?

8 poten

100

Hoe heet de eerste basisstof die jullie moeten kennen voor jullie CP?

Genotype en Fenotype

200

Wat zijn de 4 niveau's van de ecologie, op volgorde!

1. Individu

2. Populatie

3. Levensgemeenschap

4. Ecosysteem

200

Wat betekent de pijl in een voedselketen?

"Wordt gegeten door"

200

Een konijn eet gras. Welke consument is het konijn?

Consument van de 1ste orde

200

Welk gas nemen planten op tijdens de fotosynthese?

Koolstofdioxide

200

Hoeveel lessen hebben jullie van mij gehad? Met deze les erbij! (blokuur = 2 lessen!)

2C = 8 lessen!

2D = 15 lessen!

300

Wat is een populatie?

Een groep organismen van dezelfde soort in een gebied.

300

Wat is het verschil tussen een voedselketen en een voedselweb?

Een voedselweb bestaat uit meerdere voedselketens die met elkaar verbonden zijn.

300

Een kikker eet een sprinkhaan die gras heeft gegeten. Welke consument is de kikker?

Consument van de 2de orde

300

Welk dier kan zijn staart verliezen om te ontsnappen?

Hagedis

300

Wat is het enige dier dat niet kan springen?

Een olifant

400

Hoe noem je alle populaties samen in een gebied?

Een levensgemeenschap

400

Waarom kunnen dieren niet aan het begin van een voedselketen staan?

Omdat ze hun voedsel niet zelf maken.

400

Wat is het verschil tussen een afvaleter en een reducent?

Afvaleters eten dode resten; reducenten breken ze verder af.

400

Ik ben het grootste orgaan van je lichaam. Wat ben ik?

De huid

400

Waar in Nederland studeer ik?

Nijmegen

500

Een gebied waarin biotische én abiotische factoren samen een geheel vormen heet een...

Ecosysteem

500

Maak zelf een voedselketen met 4 schakels.

Gras → sprinkhaan → kikker → slang

Gras → konijn → vos → havik

Bladeren → rups → merel → havik

Gras → veldmuis → slang → havik

Bessen → merel → havik → reducenten

500

Noem twee voorbeelden van afvaleters.

Regenworm, miljoenpoot, pissebed, duizendpoot.

500

Ik ben koudbloedig, leg eieren en heb schubben. Tot welke diergroep behoor ik?

Reptielen

500

Wat komt één keer voor in een minuut, twee keer in een moment, maar nooit in duizend jaar?

Een M

M
e
n
u