Inkomensverschillen
Nivellering
Inflatie
Welvaart
Koopkracht
100
Wat betekent een scheve inkomensverdeling?
Wat betekent een scheve inkomensverdeling?
100
Wat is nivelleren?
Wat is nivelleren?
100
Wat is inflatie?
Wat is inflatie?
100
Wat is welvaart?
Wat is welvaart?
100
Wat wordt bedoeld met een nominaal inkomen?
Wat wordt bedoeld met een nominaal inkomen?
200
Noem 3 oorzaken van inkomensverschillen
Noem 3 oorzaken van inkomensverschillen.
200
Leg uit wat het gevolg is van denivellering.
Leg uit wat het gevolg is van denivellering.
200
Door wie wordt in Nederland de inflatie berekend?
Door wie wordt in Nederland de inflatie berekend?
200
Noem 3 redenen waarom een gemiddeld inkomen niets zegt over de welvaart.
Noem 3 redenen waarom een gemiddeld inkomen niets zegt over de welvaart.
200
De inflatie is in 2010 3,5%. In het zelfde jaar stijgt het inkomen van Jan met 2%. Hoeveel procent stijgt zijn koopkracht?
De inflatie is in 2010 3,5%. In het zelfde jaar stijgt het inkomen van Jan met 2%. Hoeveel procent stijgt zijn koopkracht?
300
Geef 3 voorbeelden van een overdrachtsinkomen.
Geef 3 voorbeelden van een overdrachtsinkomen.
300
Noem 2 manieren waarop de overheid kan zorgen voor nivellering.
Noem 2 manieren waarop de overheid kan zorgen voor nivellering.
300
In 2010 is het CPI 103,4. In 2011 is het CPI 103,8. Vertel hoe je de inflatie in 2011 berekent.
In 2010 is het CPI 103,4. In 2011 is het CPI 103,8. Vertel hoe je de inflatie in 2011 berekent.
300
In Land X wonen 3 miljoen mensen. Het BBP is 63 miljard. Hoe hoog is het gemiddeld BBP per hoofd?
In Land X wonen 3 miljoen mensen. Het BBP is 63 miljard. Hoe hoog is het gemiddeld BBP per hoofd?
300
De volgende CPI's zijn bekend: 2009 - 100 2010 - 101,7 2011 - 103,2 2012 - 103,7 Hoe hoog is de inflatie in 2012?
De volgende CPI's zijn bekend: 2009 - 100 2010 - 101,7 2011 - 103,2 2012 - 103,7 Hoe hoog is de inflatie in 2012?
400
Leg uit waarom het woordje 'overdracht' in overdrachtsinkomen zit.
Leg uit waarom het woordje 'overdracht' in overdrachtsinkomen zit.
400
Noem 2 manieren waarop de overheid kan denivelleren
Noem 2 manieren waarop de overheid kan denivelleren
400
Noem 3 oorzaken van inflatie.
Noem 3 oorzaken van inflatie.
400
In land X is het gemiddeld inkomen 40.000 dollar. Er wonen 23 miljoen mensen. Hoe hoog is het BBP?
In land X is het gemiddeld inkomen 40.000 dollar. Er wonen 23 miljoen mensen. Hoe hoog is het BBP?
400
Het BBP van een land stijgt met 2%. De inflatie is 1%. In hetzelfde jaar stijgt de bevolking met 4%. Gaat de koopkracht van een gemiddelde inwoner omhoog of omlaag?
Het BBP van een land stijgt met 2%. De inflatie is 1%. In hetzelfde jaar stijgt de bevolking met 4%. Gaat de koopkracht van een gemiddelde inwoner omhoog of omlaag?
500
Valerie verdient 2.400 euro. Koos verdient 4.300 euro. Vertel welke berekening je moet maken bij de volgende vraag: Hoeveel procent verdient Valerie minder dan Koos?
Valerie verdient 2.400 euro. Koos verdient 4.300 euro. Vertel welke berekening je moet maken bij de volgende vraag: Hoeveel procent verdient Valerie minder dan Koos?
500
Jose verdient 21.000 euro en krijgt 500 euro loonsverhoging. Koos verdient 30.000 euro en krijgt 600 euro loonsverhoging. Is er sprake van nivellering of denivellering en leg uit.
Jose verdient 21.000 euro en krijgt 500 euro loonsverhoging. Koos verdient 30.000 euro en krijgt 600 euro loonsverhoging. Is er sprake van nivellering of denivellering en leg uit.
500
Noem 3 gevolgen van inflatie.
Noem 3 gevolgen van inflatie.
500
Leg het verband uit tussen milieu en welvaart.
Leg het verband uit tussen milieu en welvaart.
500
Het cpi in 2010 was 106. In 2011 was dit 107,5. Je krijgt volledige prijscompensatie. Hoeveel procent loonstijging krijg je?
Het cpi in 2010 was 106. In 2011 was dit 107,5. Je krijgt volledige prijscompensatie. Hoeveel procent loonstijging krijg je?
M
e
n
u