Sociale waarneming
Kennis structureren en opslaan
Gebruik, selectie, reconstructie van informatie
Communiceren van info
attitudes
100

Wat is het basis idee van sociale cognitie?

Objectieve werkelijkheid wordt in een subjectieve werkelijkheid vertaald

100

Maximisers vs. Satisficers: wat is het verschil tussen deze twee soorten mensen?

Maximisers zoeken totdat ze de beste optie vinden

Satisficers zoeken tot ze de optie vinden die goed genoeg is

100

Hoe bepalen we welke kennis te gebruiken en wanneer?

Door door toegankelijke info te gaan en kijken of die relevant en/of bruikbaar is

100

Hoe draagt communiceerbaarheid van eigenschappen bij aan stereotypering?

Eigenschappen die makkelijker te bespreken zijn, worden sneller onderdeel van gedeelde stereotypen

100

Wat is mood-congruent retrieval?

Mensen in een blije stemming herinneren meer positieve gebeurtenissen

200
Wat zijn sociale schemas?

Mentale representatie van een categorie die onze kennis over de categorie en diens leden uitdrukt


200

Wat wordt hier geillustreerd?

Risico perceptie, public outrage vs actual hazard

200

Wat houdt het inclusie/exclusie model van sociaal oordelen in?

Model checkt of geactiveerde info wordt geincorporeerd in een ordeel (assimilatie) of als vergelijkings standaard wordt gebruikt (contrast)

200

Wat is de “shared information advantage”?

Groepen zijn geneidgt te praten over dingen die iedereen al weet ipv nieuwe unieke kennis van individuen te delen

200

Wat is het effect van stemming op persoonswaarneming?

Mensen in blije stemming vertrouwen sneller op stereotypen bij het beoordelen van anderen

300

Wat is fysiognomie? 

Analyseren van gezichten en dat relateren aan gedrag.

300

Maximisers maken betere keuzes, maar zijn minder gelukkig. Waarom is dat zo? Noem tenminste 2 redenen

  • Als beter dan anderen, niet heel blij. Als slechter dan anderen, heel sad
  • Keuzes maken heeft costs: opportunity costs
  • Achteraf minder plezier van keuze: regret sensitivity
  • Costs wegen zwaarder dan geluk van aankoop (loss aversion)

Adaptie: geluk duurt minder lang dan gehoopt

300

noem 2 van de 3 kenmerken van automatisch oordelen

bewustzijn, intentionaliteit, controleerbaarheid, efficientie

300

Wat zijn Grice’s 4 maximes van cooperatieve communicatie?

Kwantiteit, kwaliteit, relevantie, wijze

300

Hoe beinvloedt stemming de gevoeligheid voor persuasion?

Verdrietige mensen worden eerder overtuigd door sterke argumenten

Blije mensen maken minder onderscheid tussen sterke en zwakke arhumenten

400

Wat is basic emotion theory?

De theorie dat expressies discrete emoties onthullen die uitgelezen kunnen worden

400

Noem tenminste 2 principes van prospect theory

  • Mensen beoordelen keuze-opties in termen van winsten en verliezen (niet in termen van totale rijkdom)
  • Winsten: mensen vermijden risico (risk aversion)
  • Verliezen: mensen zoeken risico op (risk seeking)
  • Verliezen wegen zwaarder dan winsten (loss aversion)
400

Wat zijn "thin slices"?

Zeer korte fragmenten van gedrag die we gebruiken om inschattingen te maken van iemands eigenschappen

400

Hoe wordt onze sociale beinvloeding, beinvloed door de pragmatiek van communicatie?

De manier hoe een boodschap wordt gebracht is vaak even belangrijk als de inhoud zelf, voor overtuiging

400

Wat is “fluency”als cognitief gevoel en hoe kan fluency een negatief effect hebben?

Subjectieve ervaring van het gemak of de snelheid waarmee een cognitief proces verloopt, Bij hoge mate van fluency maken mensen meer fouten omdat ze minder kritisch kijken

500
Benoem alle 6 delen van dit kennisstructuur

Geel = stereotype

Groen = cognitive map

Paars = categorie

Blauw = script

Rood = exemplars

Zwart =(associatief) netwerk

500

Geef 2 oordeelsheuristieken en leg die uit

  • Availability heuristic:Mensen schatten waarschijnlijkheid van gebeurtenissen gebaseerd op gemak waarmee voorbeelden in geest opkomen
  • representativiteitsheuristiek:Oordelen op basis van hoe erg een object/persoon lijkt op een prototype (typisch voorbeeld)
  • anker-heuristiek:een anker/start getal beinvloedt men waardoor zij hun oordeel daar onvoldoende op aanpassen
  • “experienced ease”:Niet alleen onthouden we inhoud van wat we herinneren, vooral gevoel van gemak bij ophalen bepaalt oordeel
500

Hoe meet je Modale Stereotypen?

Reverse correlation task


500

Waarom falen groepen in integreren vna unieke info?

Focus op gedeelde info, leidt tot hidden profiles en suboptimale besluitvorming

500

Waarom leiden blije stemmingen vaak tot minder diepe verwerking?

Positieve stemming geeft signaal af dat omgeving veilig is en diepe analyse overbodig is

M
e
n
u