Meerkeuze
Meerkeuze
Juist/onjuist
Open vraag
100

Wat is de formule voor risico?

A. Kans + gevolg
B. Kans × gevolg
C. Gevolg ÷ kans
D. Schade × tijd

B. Kans x gevolg. 

100

Wat is MPL?

A. Meest waarschijnlijke verlies
B. Maximum mogelijke verlies
C. Minimale schade
D. Geen schade

 Antwoord: B
Worst-case scenario van schade.

100

Stelling: Een risico bestaat uit oorzaak, incident en gevolg. 


Juist. Een risico wordt altijd opgebouwd uit deze drie onderdelen.

100

Noem de drie kernvragen bij risico-evaluatie. 

Antwoord:

  • Bedreigt het de doelen?
  • Hoe groot is de kans?
  • Hoe groot is de schade?                                           Deze bepalen de prioriteit van een risico.
150

Wat betekent restrisico? 

A. Geen risico
B. Vergeten risico
C. Overgebleven risico
D. Verzekerd risico

Antwoord: C. Na maatregelen blijft er altijd een deel risico over. de rest. 

150

Welke fout valt onder het diagnoserisico?

A. Een medewerker maakt een typefout
B. Verkeerde interpretatie van data
C. Een machine valt uit
D. Wetgeving verandert


Antwoord: B

Diagnoserisico gaat over verkeerde analyse of interpretatie.

150

stelling: De drie kernvragen bij risico-evaluatie zijn: “Is het gevaarlijk, wie is verantwoordelijk en hoe lossen we het op?”


Onjuist. De kernvragen gaan over doelen, kans en schade, niet over verantwoordelijkheid.

150

 Wat is scenariodenken?

 

Denken in mogelijke toekomstsituaties, vaak worst-case.
Het helpt bij het inschatten van grote risico’s.

200

Welk type risico biedt zowel kans op winst als verlies?

 A. Statisch
B. Traditioneel
C. Dynamisch
D. Verzekerbaar

c. Dynamisch. Dynamische risico’s horen bij ondernemen en kunnen positief of negatief uitpakken.

200

Wat is PML?

A. Meest waarschijnlijke verlies
B. Kleine schade
C. Waarschijnlijk maximale schade
D. Geen risico


Antwoord: C. 

Realistische maximale schade-inschatting.

200

Stelling: Externe risico’s zijn makkelijker te beheersen dan interne risico’s.


Onjuist. Externe risico’s zijn vaak juist moeilijker te beïnvloeden.

200

Wat is het verschil tussen preventie en schadebeperking?


Preventie verkleint de kans, schadebeperking verkleint het gevolg.  Ze werken samen om risico’s te beperken.

250

 Wat is een statisch risico?

A. Alleen winst
B. Alleen verlies
C. Onzeker
D. Marktgerelateerd

B. alleen verlies. Statische risico’s leiden alleen tot schade.

 

250

Welke uitspraak vat risicomanagement het best samen?

A. Alleen het analyseren van risico’s binnen een organisatie
B. Het herkennen, beoordelen, beheersen en continu monitoren van risico’s
C. Het inschatten en registreren van alleen grote risico’s
D. Het verzekeren en administratief vastleggen van risico’s


 Antwoord: B
Risicomanagement is een volledig en doorlopend proces van herkennen tot en met monitoring.

250

Stelling: Schadebeperking probeert het risico zelf te voorkomen.


Onjuist. Schadebeperking verkleint alleen de gevolgen, niet de kans.

250

Noem vier soorten schade die binnen een organisatie kunnen voorkomen. 


Financieel, materieel, reputatie, bedrijfsschade. 

Meerdere antwoorden kunnen. Deze zijn voor de hand liggend.
Schade kan meerdere vormen hebben binnen een organisatie.

M
e
n
u