vakdid rekenen
vakdid meetkunde
vakdid algebra
vakdid statistiek
literatuur en overige
100

Welke vier domeinen onderscheiden wij binnen het rekenonderwijs?

getallen

verhoudingen

meten en meetkunde

verbanden

100

Wat is het verschil tussen meten en meetkunde?

Meten gaat over het bepalen van een hoeveelheid in een bepaalde eenheid

Meetkunde gaat over vormen, figuren, ruimte en de eigenschappen daarvan. 

100

Waar gaat het model van Janvier over?

De vertaalvaardigheden tussen de vier verschillende verschijningsvormen (situatie, grafiek, tabel en formule) van een oorzakelijk verband.


100

Bewering: Als het derde kwartiel gelijk is aan 33 dan beantwoorden 33% van de respondenten dat hun leeftijd kleiner is dan 75.

Welke fout wordt gemaakt?

  • Q3 = 33 betekent dat 75% van de respondenten een antwoord kleiner of gelijk aan 33 hebben gegeven.
  • Dus de waarden en de aantallen worden met elkaar verwisseld.
100

Welke drie hoofdprincipes gebruik je als je een les geeft volgens Liljedahl (building thinking classrooms)

random samengestelde groepjes van drie

denkopgaven, eerste buiten het curriculum

verticale uitwisbare schrijfvlakken, pen rouleert

200

Leg uit wat het handelingsmodel is en zoom ook in op de verschillende niveaus

 Model binnen het rekenonderwijs dat laat zien hoe leerlingen van concreet handelen naar abstract rekenen gaan. het gaat van concreet handelen ( met materiaal), voorstellen concreet (je herkent het object, maar dat is er fysiek niet), voorstellen abstract (modellen, zoals getallenlijn, verhoudingstabel) naar abstract

200

Noem drie dingen die leerlingen moeten weten, voordat ze met de stelling van Pythagoras aan de slag kunnen.

wat een rechthoekige driehoek is

kwadrateren en worteltrekken (wat het is en hiermee kunnen rekenen)

begrippen als rechte hoek, rechthoekszijde, schuine zijde

oppervlakte vierkant, driehoek

200

Maak een tabel met een omgekeerd evenredig verband

(meerdere antwoorden goed)

200

Wat is het nadeel van een 3D diagram?

Door 3D te gebruiken kunnen delen van het diagram groter overkomen

200

Barton gebruikt atomisation om zijn lessen vorm te geven. De eerste stap hiervan is dat je de voorbeelden goed moet kiezen. Noem twee dingen waar je op moet letten.

zorg dat er geen herhalingen van getallen en antwoord in zitten

aandacht naar het hoofdconcept (eenvoudige getallen

start met een algemeen voorbeeld, niet te eenvoudig

geef meer voorbeelden en verander maar 1 ding per voorbeeld

300

Leg uit wat het drieslagmodel is en geef bij alle overgangen één vraag die je zou kunnen stellen

model binnen het rekenonderwijs dat helpt om te kijken naar de verschillende stappen die een leerling doorloopt bij het oplossen van een rekenprobleem. De drie stappen zijn: plannen (wat moet ik doen?), uitvoeren (de berekening maken) en reflecteren (klopt mijn antwoord en past het bij de situatie?)

300

Noem vier moeilijkheden die je bij leerlingen ziet bij het onderwerp goniometrie

leerlingen zien niet in dat sin/cos/tan een verhouding is.

ze kunnen zich er niets bij voorstellen

schuine zijde kan ook horizontaal zijn

breien: sin hoek A = 0,5 = 30 graden

niet weten wanneer ze sin of inv sin moeten gebruiken

welke zijde is de overstaande zijde

hellingspercentages

niet weten of ze sin, cos of tan moeten gebruiken

de overstaande zijde van een rechte hoek zoeken

leerlingen weten niet of ze moeten vermenigvuldigen of delen

300

Wat zijn de  vier rollen van een variabele?

Onbekende plaatshouder, veranderlijke, gegeneraliseerd getal en parameter

300

Noem twee manieren om te liegen met een statistisch diagram

Onduidelijke as-indeling.

Pictogrammen worden zowel in de lengte als in de breedte vergroot

300

In de tjipcast over realistisch rekenonderwijs vond Jenneke één begrip essentieel als wij praten over realistisch rekenonderwijs. Welk begrip is dat?

betekenisvol

400

Benoem drie strategieën die leerlingen bij optellen en aftrekken van gehele positieve getallen kunnen gebruiken en maak met die strategieën de som          35 + 48 

rijgstrategie: 35 + 48 = 35+ 40 + 8

splitsstrategie: 35+ 48 = 30 + 40+5 + 8

kolomsgewijs optellen: 35 en 48 onder elkaar zetten en dan tientallen optellen en volgende stap eenheden optellen.

cijferend optellen: 35 en 48 onder elkaar zetten, eerst 5+8 = 13, 3 opschrijven 1 onthouden, dan 1+3+4 = 8

compenseren: 35+ 48 = 33+ 50

                                 

400

Lagerwerf heeft het over drie niveaus van zekerheid. Welke zijn dit?

niveau 0: vanzelfsprekendheid niveau

niveau 1: tussenniveau

niveau 2: bewijsniveau 

400

Wat zijn de rollen van een formule?

Beschrijver van steeds dezelfde berekening, beschrijver van het verband tussen variabelen en een op zichzelf staand object

400

Beschrijf de term Statistical Literacy.

Statistical literacy gaat om de vaardigheid om statistische resultaten te begrijpen en er kritisch mee om te kunnen gaan.

400

Leg uit wat horizontaal en verticaal mathematiseren is.

Horizontaal mathematiseren: Het koppelen van de verschijnselen ( b.v. beenlengte) aan een wiskundig model. Dit is horizontaal mathematiseren.

Verticaal mathematiseren is het opbouwen van wiskunde in jezelf. Hoe kan ik het de volgende keer sneller doen?

500

Voordat leerlingen op de basisschool gaan werken met standaardmaten hebben ze al drie voorbereidende fasen doorlopen. Noem er minstens twee

vergelijken en ordenen: wat is groter/hoger...

natuurlijke maat: stapgrootte, duim, armlengte

referentiematen:  hoogte verdieping, deurhoogte

500

Vygotski en Galperin hebben het over een trapsgewijze ontwikkeling bij meetkundige onderwerpen.  die bestaat uit vijf fasen. Weet je er nog minstens 3?

 1 oriënteren

 2 materiële handeling

 3 controle door hardop te spreken

 4 controle door voor zichzelf te spreken

 5 mentale handeling

500

Welke misconcepten zijn er van een variabele?

Negeren van de letter, letter als ding, letter als eenheid

500

Verzin een situatie waarin het zinvoller is het gemiddelde te gebruiken dan de mediaan

Als de variabele gemeten wordt op kwantitatief / ratio meetniveau.

Dan wordt alle informatie gebruikt, aantal en waarde

500

In het artikel verleidingen van het kortste pad staat de volgende zin: “Het dubbel didactisch spoor en verkokering lijken beide ingegeven door het efficiënt voorbereiden op het snel beantwoorden van standaard toetsopgaven.”

Leg uit wat de schrijver met  verkokering en dubbel did spoor bedoelt

Verkokering : leerlingen leren veel losse strategieën voor specifieke soorten opgaven, in plaats van dat ze leren hoe deze strategieën samenhangen en hoe je ze kunt uitbreiden naar algemene methoden.

Dubbel did spoor: De ingezette (informele) leercontext wordt halverwege het leerproces ingeruild voor het leren d.m.v. regels en definities

M
e
n
u