Maak een zin in het perfectum van:
GIETEN
Ik heb koffie in het kopje gegoten.
We hebben water op de plantjes gegoten.
Maak een zin in het imperfectum met:
DRAGEN
Hij droeg een zwarte bril.
Bravo met je diploma!
ik ben fier ........ jou!
Ik ben fier op jou!
(= Ik ben trots op jou)
Maak een zin in het perfectum met:
AANDOEN
Ze hebben hun schoenen aangedaan.
Maak een zin in het imperfectum met:
VERKOPEN
Hij verkocht zijn huis in 2011.
Mijn zoon is bezeten ........ basketbal!
Hij speelt elke dag!
Hij is bezeten van basketbal.
Maak een zin in het perfectum met:
GENIETEN (+ vaste prepositie)
Ik heb van de vakantie genoten.
Maak een zin in het imperfectum met:
MEENEMEN
Ik nam mijn fles water mee (naar school).
Ze namen hun boekentas mee.
Hij is .... de les begonnen.
Hij is met de les begonnen.
Maak een zin in het perfectum met:
STELEN
De dief heeft mijn fiets gestolen.
Maak een zin in het imperfectum met:
BESPREKEN
Ze bespraken hun opties tijdens de vergadering.
Maak een zin met het woord:
'VERANTWOORDELIJK' + vaste prepositie
Ik ben verantwoordelijk voor de organisatie van het feest.
Maak een zin in het perfectum met:
LIGGEN
Hij heeft op de sofa gelegen.
Maak een zin in het imperfectum met:
ROEPEN
Moeder riep de kinderen: 'Komen eten!'
Maak een mooie zin met:
GOESTING + prepositie
Ik heb goesting in een ijsje.
(= ik heb zin in een ijsje)
Maak een zin in het imperfectum met:
SCHRIKKEN (+prepositie)
HIj is heel hard geschrokken van die explosie.
Maak een zin in het imperfectum met:
KUNNEN
Hij kon goed zwemmen.
Wij konden goed tekenen.
Maak een zin met
'KRITIEK HEBBEN' + prepositie
We hebben veel kritiek op onze regering.
Maak een zin in het perfectum met:
VRIEZEN
Maak een zin in het imperfectum met:
OPLADEN
Hij laadde zijn gsm op.
Maak een zin met:
BEWUST + prepositie
Is hij zich wel bewust van de gevaren van zo'n reis?
(zich bewust zijn van iets)
Maak een zin in het perfectum met:
UITBLAZEN
Ze heeft de kaarsjes op de taart uitgeblazen.
Maak een zin in het imperfectum.
INBREKEN (+ prepositie)
De dief brak in in het schoolgebouw.
Maak een zin met:
'REKENING HOUDEN' + prepositie
Ik moet rekening houden met mogelijke files als ik naar mijn werk vertrek.