5.1 Wat is VS
5.2 Ontstaan
5.3 Onderwijs
5.4 Gezondheidszorg
5.5 Sociale zekerheid
100

De overheid geeft in een verzorgingsstaat aan drie terreinen het meeste geld uit. Noem de drie terreinen.

Onderwijs, gezondheidszorg en sociale zekerheid.

100

Leg uit wat wordt bedoeld met vergrijzing.

Vergrijzing is de toename van het aantal oudere mensen ten opzichte van het aantal jongere mensen in een land. Hierdoor bestaat een steeds groter deel van de bevolking uit ouderen.

100

Welke 3 doelen heeft de overheid op het gebied van onderwijs.

Burgerschapsvorming, goed opgeleide beroepsbevolking, tegen gaan ongelijkheid

100

Gezondheidszorg is in de Grondwet vastgelegd als sociaal grondrecht. Waarom is gezondheidszorg geen klassiek grondrecht?

Je kan het niet afdwingen bij de rechter. En de overheid heeft een inspanningsverplichting. 

100

Het socialezekerheidsstelsel kan onbedoeld leiden tot een armoedeval bij mensen. Wat is de armoedeval?

De armoedeval is het effect waarbij iemand door meer te gaan werken of meer te verdienen, ongeveer hetzelfde geld overhoudt als eerst, waardoor werken minder aantrekkelijk kan worden.

200

De verzorgingsstaat is gebaseerd op het idee dat mensen samen verantwoordelijkheid dragen voor elkaar. Welk begrip hoort hierbij?

Solidariteit

200

Welke politieke stroming legt de meeste nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van burgers?

Liberale stroming

200

Een goed opgeleide beroepsbevolking is een belangrijk doel van de overheid. Leg uit waarom dit niet automatisch een hoogopgeleide beroepsbevolking hoeft te zijn

Niet alle beroepen vereisen een hoge opleiding. Ook vakmensen met een praktische opleiding, zoals monteurs, verpleegkundigen, kappers of elektriciens, zijn belangrijk voor de samenleving en de economie.

200

Geef aan op welke drie manieren een werknemer betaalt voor de zorgverzekering.

Premie zorgverzekering, werkgeversbijdrage en eigen risico.

200

Om het socialezekerheidsstelsel toekomstbestendig te maken komt het basisinkomen vaak ter sprake. Tegenstanders wijzen op het risico van een dalende arbeidsparticipatie. Hoe verklaren zij deze dalende arbeidsparticipatie?

Mensen gaan niet meer werken omdat ze een basisinkomen al hebben. Daardoor hebben ze geen motivatie om aan de slag te gaan.

300

Noem twee voorbeelden van overheidsregelingen die zorgen voor een goede gezondheidszorg in de Nederlandse samenleving.

  • Verplichte basiszorgverzekering 
  • Wet langdurige zorg (Wlz) 
  • Zorgtoeslag
  • Het Rijksvaccinatieprogramma 
  • Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 
  • Subsidies voor ziekenhuizen en zorginstellingen
300

Vrijwilligers helpen bij een sportvereniging of buurthuis. Mensen zorgen eerst voor elkaar voordat ze hulp van de overheid vragen. Welk begrip past hierbij?

Participatiesamenleving

300

Wat is de kwalificatieplicht?

De kwalificatieplicht betekent dat jongeren na hun leerplicht naar school moeten blijven gaan totdat zij een startkwalificatie hebben behaald of 18 jaar zijn geworden.

Een startkwalificatie is een diploma van: havo, vwo, of mbo niveau 2 of hoger

300

Voorstanders van de marktwerking in de gezondheidszorg menen dat het de kwaliteit van de zorg verbetert. Hoe verklaren zij die verbetering, denk je?


Voorstanders van marktwerking in de gezondheidszorg denken dat de kwaliteit verbetert doordat zorginstellingen met elkaar moeten concurreren en doordat patiënten meer vrije keus hebben.

300

De overheid probeert de sociale zekerheid op verschillende manieren betaalbaar te houden noem 3 manieren.

  • Verhogen van de AOW-leeftijd
  • Strengere voorwaarden voor uitkeringen  
  • lagere uitkeringen of het aanpassen van vergoedingen 
400

In een verzorgingsstaat zorgt de overheid voor collectieve voorzieningen. Geef twee voorbeelden van collectieve voorzieningen.

wegen, veiligheid, dijken, straatverlichting

400

Welke reden hadden sociaal democraten om de situatie van mensen die in fabrieken werkten te verbeteren?

Zij wilden dat arbeiders zich gingen verenigen om gezamenlijk meer macht op te eisen. Zij vonden dat de mensen die het werk deden meer moesten meedelen in de winst.

400

Leg in je eigen woorden uit wat er met sociale ongelijkheid bedoeld wordt.

Sociale ongelijkheid betekent dat mensen in een samenleving niet allemaal dezelfde kansen, macht, inkomen of status hebben.

400

Wat is het verband tussen innovatie in de zorg en het qaly cijfer?

Innovaties in de zorg (zoals nieuwe medicijnen, operaties of behandelmethoden) worden als succesvol gezien als ze meer QALY’s opleveren. Dat betekent dat mensen door die innovatie langer leven en/of zich gezonder voelen.

400

Hoe meer mensen werken, hoe beter dat is voor de verzorgingsstaat. Leg dit uit vanuit het oogpunt van de overheid


Meer belasting en premies worden betaald door werkenden. Minder mensen die een uitkering nodig hebben. De verhouding tussen werkenden en niet-werkenden verbetert, waardoor de lasten van de verzorgingsstaat beter verdeeld worden

500

In welke verzorgingsstaat kun je het beste een bedrijf starten, leg je antwoord uit?

In een liberale verzorgingsstaat want daar zijn er minder regels voor bedrijven en hoef je minder winstbelasting te betalen.

500

Noem drie sociale grondrechten

voldoende werkgelegenheid (art. 19) bestaanszekerheid en spreiding van welvaart (art. 20). volksgezondheid (art. 21). voldoende woongelegenheid (art. 22). goed onderwijs (art. 23).

500

Leerlingen van ouders met een lage sociaaleconomische status krijgen vaker een lager schooladvies dan de Cito-toets laat zien dan leerlingen van ouders met een hoge sociaaleconomische status. Geef een verklaring voor dit verschil.

Zij kunnen hun kinderen helpen met huiswerk, ze hebben vaker boeken in huis, leraren verwachten dat ouders eerder genoemde zaken doen waardoor ze denken dat het eerder 'goed komt'. Ouders met een hoge soc.eco. status gaan eerder tegen een besluit in.

500

Noem twee maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hebben op (de kosten van) de gezondheidszorg. Leg ook uit wat deze ontwikkelingen inhouden.

technologische ontwikkelingen en vergrijzing

500

Noem een maatregel waarmee de overheid kan stimuleren dat mensen meer gaan werken.

Belasting verlagen op werk, het uitbreiden van kinderopvangtoeslag, het strenger maken van regels voor uitkeringen, mensen actief helpen om een passende baan te vinden.

M
e
n
u