handig rekenen
modellen
rekenen
meetkunde
algemeen
100

Maak de som 290 + 40 met rijgen

290 + 10 + 30 = 300 + 30 = 330

100

Noem de vier fasen van het handelingsmodel en leg uit wat die fasen inhouden

informeel

voorstellen concreet

voorstellen abstract

formeel

100
Wat is het verschil tussen de hapjesmethode en staartdelen?

Hapjesmethode: je gebruikt de tafels en haalt steeds een deel van het deeltal af.  b.v. 330: 15. Je weet dat 10 x 15 = 150 en je haalt van 330 eerst 150 af. Je schrijft 10 x op. Het kan nog 10x en je haalt er weer 150 af etc

Staartdelen: je deelt van links naar rechts. 33 : 15 = 2.  Je schrijft 2 achter de laatste schuine streep en haalt 30 van 33 af. Je houdt over 3. Je haalt de nul naar beneden. 30 : 15 = 2. Totaal antwoord 22. 

100

Geef drie moeilijkheden die leerlingen kunnen hebben bij het thema hoeken

benen groter dan hoek groter

aflezen van geodriehoek: hoe leg je die neer

aflezen van getallen, wanneer getal boven 90 graden

je kan op meer manieren een hoek meten

streepje van graden lijken op streepjes van mm

100

Leg uit wat een tafelnetwerk is

een leerling weet b.v. wat 10 x 7 is. Hierdoor weet hij ook wat 5 x 7 is ( de helft) en 9 x 7 ( 7 minder).

Hij weet wat 1x 7 is en daardoor ook wat 2x7 is (dubbele) en 4 x 7 (daar weer het dubbele van) en 8x 7 (daar weer het dubbele van) 

etc

200

Maak de som 280 + 115 met de techniek splitsen

200 + 80+ 100 + 15 + 300 + 95= 395

200

Leg het drieslagmodel uit met de juiste termen

context - (een plan maken/betekenis verlenen) - bewerking - (uitvoeren) - oplossing - (reflecteren) - context etc.

200

Bij procentrekenen heb je verschillende soorten opgaven. Noem er eens drie verschillende soorten

deel van geheel.   5 % van de 140 paarden is wit. Hoeveel paarden zijn wit?

procentule toename/afname.  Iets is zoveel % duurder of goedkoper geworden. Wat is de nieuwe prijs

Hoe procent is iets goedkoper geworden? eerst kost iets 5 euro en nu 4.85 euro. 

Na een prijsverhoging/verlaging van x %  kost iets nog y euro. Hoeveel kostte het eerst?


200

Wat zou het lesdoel kunnen zijn als je het spel 'Wie ben ik ?" in de les inzet? 

 Lesdoel: Aan het einde van de les kan een  leerling benoemen welke eigenschappen van figuren hij weet of nog niet weet.

200

wat is het verschil tussen automatiseren en consolideren bij het aanleren van tafels

automatiseren: je mag nog een tussenstap maken, even bedenktijd

consolideren: je moet het meteen weten.

300

Geef een voorbeeld van een opgave die gemaakt is met de strategie analogie

b.v. 30.000 + 50.000 wordt gemaakt met 3 + 5 = 8 dus 30.000 + 50.000 = 80.000

300

Leg het Ijsbergmodel uit

in de top van de ijsberg staat formele notatie. Hieronder liggen de modellen en daaronder informele contexten. Deze laatste twee bepalen het drijfvermogen. Dit betekent dat dit eerst goed moeten worden beheerst voordat je naar de top gaat.

300

Leg deze zin uit: 

Decimale getallen kunnen eindeloos worden verfijnd met factor 10

Tussen b.v.  4,6 en 4,7 kun je weer 9 streepjes zetten. dan krijg je de getallen 4,61;  4,62 etc

Tussen 4,61 en 4,62 kun je weer 9 streepjes zetten dan krijg je de getallen 4,611 ; 4,612 etc 

etc

Het aantal decimalen geven bij (meet)getallen de nauwkeurigheid aan

300
Noem drie doelen die bij het onderwerp kijklijnen en kijkhoeken horen.

 - benoemen dat een kijklijn altijd een rechte lijn is

 - de juiste kijklijnen tekenen en de bijbehorende conclusies trekken over of iets wel of niet te zien is.

 -benoemen dat een kijkhoek uit twee halve lijnen bestaat

 - een kijkhoek tekenen en deze meten

 - benoemen wat met de hoek gebeurt als je dichter naar het voorwerp loopt

300

Goede doelen zijn smart geformuleerd. Leg uit wat smart betekent

s specifiek: wat moet de ll precies kunnen?

m meetbaar: hoe zie ik dat hij dat kan?

a acceptabel/actiegericht: kan docent en ll er mee aan de slag

r realistisch/relevant: past het doel bij deze les?

t: tijdgebonden: wanneer moet de ll het kunnen?

400

Geef een voorbeeld van een opgave die gemaakt is met de strategie: vergroten en verkleinen

 8 x 32 = 16 x 16 = 256

400

Het rechthoekmodel kan gebruikt worden om leerlingen te laten vermenigvuldigen. Leg uit hoe je dit model dan werkt.

bij de vermenigvuldiging 85 x 64 splits je beide getallen in tientallen en eenheden. Je verdeelt een rechthoek in vier vakken, 2 horizontaal en 2 verticaal. Het eerste vak is steeds groter. Boven en naast de vakken zet je 80 en 5  resp 60 en 4. Je rekent de vier vermenigvuldigingen uit. Dus 80 x 60, 80 x 4, 5 x 60 en 5x4. Alle antwoorden tel je op.

400

Geef drie redenen waarom meten voor leerlingen lastig is

namen onthouden die weinig gebruikt worden, zoals dam

van km2 naar hm2 moet je vermenigvuldigen met 100 terwijl je van groot naar klein gaat.

van km3 naar hm 3 moet je vermenigvuldigen met 1000

Ze kunnen zich er niets bij voorstellen. Geen voorstelling van maken

Vaak aangeleerd als trucje. 

400

In de reader krijg je een aanrader als je wil beginnen met het hoofdstuk aanzichten en kijklijnen. Wat is die aanrader en leg uit waarom de reader die geeft.

begin informeel.

Leerlingen ervaren al doende hoe zij aanzichten en kijklijnen moeten tekenen en welke handelingen hierbij horen. Je zit dan onderin het handelingsmodel of bij de niveautheorie van Van Hiele. Als ll deze fase beheersen gaan ze makkelijker over naar een andere fase.

400

Wij hebben het 24 spel gespeeld.

Maak 24 met de getallen 7, 4, 8, 4

(8-4)x7-4

500

Geef een voorbeeld van een deelsom die gemaakt kan worden met de strategie compenseren.

891 : 9 = 900 : 9 - 9: 9 = 100 - 1 = 99

500
Leg de fasen van de niveautheorie van Van Hiele uit

niveau 0: visueel niveau (ontdekken van eigenschappen door hiermee te spelen, verschuiven etc)

niveau 1: beschrijvend niveau (ontdekking van eigenschappen)

niveau 2: informeel deductief niveau (relaties tussen eigenschappen)

niveau 3: formeel theoretisch niveau (karakter van eigenschappen

niveau 4: evaluatieniveau (ook niet euclidische meetkunde)

500
Leren meten op de basisschool verloopt in vier fasen. Welke zijn dat?

 vergelijken en ordenen (papa is groter dan ik ben)

natuurlijke maten (5 duimen groot)

referentiematen (een verdieping is ongeveer 3 meter)

standaardmaten (km)

500

Wat kan er misgaan bij het werken met zandloper- en snavelfiguren? (noem drie dingen)

moeilijk de verschillende gelijkvormige driehoeken te herkennen

als het invullen van de verhoudingstabel als trucje wordt aangeleerd (met kruisproducten) is koppeling met vergroten en verkleinen afwezig.

Wat is origineel en wat is beeld?

factor berekenen, vooral als alleen de inhouden of oppervlaktes gegeven zijn

overgang van factor in getal naar factor in percentage of andersom.

500

Welke 5 kenmerken heeft realistisch rekenonderwijs? 

Noem er minstens 3


Realistisch: 

-Mathematiseren van betekenisvolle realiteit

-Modelleren en formaliseren

-Ruimte voor eigen inbreng van leerlingen

-Interactie en reflectie

-Verstrengeling van leerlijnen

M
e
n
u