1
2
3
4
100

Als kind - naar school gaan (imperfectum)

Als kind ging ik (niet) graag naar school.

100

Elke ochtend - koffie drinken

Elke ochtend drink ik (niet) graag koffie.

100

wandelen - in het weekend

Ik wandel (niet) graag in het weekend.

100

Toen ik jong was - buiten spelen (imperfectum)

Toen ik jong was, speelde ik (niet) graag buiten.

200

gisteren - naar de markt gaan (perfectum)

Gisteren ben ik (niet) graag naar de markt gegaan.

200

een museum bezoeken - vorige maand (perfectum)

Ik heb vorige maand (niet) graag een museum bezocht.

200

in het weekend werken - jij?

Werk jij graag in het weekend?

200

Als kind - groenten eten (imperfectum)

Als kind at ik (niet) graag groenten.

300

naar de zee gaan - Lola? (imperfectum)

Ging Lola graag naar de zee?

300

voor een grote groep spreken

Ik spreek (niet) graag voor een grote groep.

300

Jullie - naar Spanje reizen?

Reizen jullie graag naar Spanje?

300

Vanmorgen - vroeg opstaan (perfectum)

Vanmorgen ben ik (niet) graag vroeg opgestaan.

M
e
n
u