Woordenschat
Grammatica
Vlaanderen
Nederland
100

Wat is het Nederlandse woord voor « un chien »?

een hond

100

Vul de juiste vorm van het werkwoord in.


Elke ochtend _______ Lisa om zeven uur op.
(staan)


staat

100

Welke Vlaamse zangeres zingt « Eurosong » en is ook bekend van #LikeMe?

Pommelien Thijs

100

Wat is de hoofdstad van Nederland?

A. Rotterdam
B. Utrecht
C. Amsterdam
D. Den Haag

Amsterdam

200

Wat is het tegenovergestelde (><) van « groot »?

klein

200

Maak de zin negatief.


Ik heb een boek.

Ik heb geen boek.

200

Welke Vlaamse stad is beroemd om zijn middeleeuws centrum en zijn grachten?

Brugge

200

Hoe heet het bekende Nederlandse koekje met stroop?

Een stroopwafel

300

Je bent moe en je wilt slapen. Waar ga je naartoe?

naar de slaapkamer

300

Maak één zin met omdat. Let goed op de plaats van het werkwoord.


Ik blijf thuis, want ik ben ziek.

Ik blijf thuis, omdat ik ziek ben.

300

Wat zijn frietjes?

A. Een soort soep
B. Gebakken aardappelen
C. Een soort brood
D. Een visgerecht

B. Gebakken aardappelen

300

Welke Nederlandse schilder is beroemd om De Zonnebloemen en De Sterrennacht?

A. Vincent van Gogh
B. Rembrandt
C. Johannes Vermeer
D. Mondriaan

A. Vincent van Gogh

400

Wat heb je nodig als het regent? Noem één ding.

een regenjas

een paraplu

laarzen

400

Geef het voltooid deelwoord van het werkwoord.

(participe passé)

reisen → ?

gereisd

400

Welke Vlaamse stad is bekend om zijn diamanten en heeft een grote haven?

Antwerpen

400

Welke Nederlandse schilder schilderde De Nachtwacht? 

A. Vincent van Gogh
B. Piet Mondriaan
C. Rembrandt van Rijn
D. Johannes Vermeer

C. Rembrandt van Rijn

M
e
n
u