He walks
Hij loopt
jacket
jas
aunt
I have a dog
ik heb een hond
A sentence with "on"
(preposition)
op
We play
wij spelen
trousers
broek
uncle
oom
Ik ben 26 jaar oud
A sentence with "under"
(preposition)
onder
Clara and Maia speak in dutch
Clara en Maia spreken Nederlands
rode rok
brothers
broers
jij hebt 2 broers
A sentence with "behind"
(preposition)
achter
Our favorite class in Dutch and Math
Onze lievelingsklas is Nederlands en Rekenen/Wiskunde
pink dress
roze jurk
female cousin
nicht(tje)
she has a orange cat
zij heeft een oranje kat
A sentence with "next to"
(preposition)
naast
They sit together in class
paars met rode schoenen
grandparents
grootouders
you guys love drawing
jullie houden van tekenen
A sentence with "in between"
(preposition)
tussen