Wat is het meest belangrijke verschil tussen de Present Perfect & Present perfect continuous
De tijdsdruk
Hoe maak je de infinitive en hoe maak je de gerund?
Infinitive: to+hele werkwoord
Gerund: Hele Werkwoord + ING
Wat is de present continuous en hoe past de past simple hierbij?
De present continuous geeft een langere gebeurtenis in het verleden en de past simple onderbreekt deze gebeurtenis
Wat is het grootste verschil tussen de past simple en de present perfect?
De past simple is in het verleden gebeurt en heeft géén invloed meer op het heden, de present perfect is in het verleden begonnen, maar heeft nog wel invloed op het heden.
Dingen die een poosje hebben geduurd, meerdere keren zijn voorgekomen of eengewoonte zijn.
Present perfect continuous
They...(to wait) for hours!
have been waiting
The old lady said that she would like... (to make) a reservation for next Saturday.
to make
Mary was watching TV, when John ...(to fall) down the stairs
Fell
Last week, I ...(to sit) down on a piece of cake. My whole dress was ruined.
sat
Dingen die in het verleden 1 keer zijn gebeurd, en/of in combinatie met never.
Present perfect
I...(never, to play) the piano
...(to smoke) kills more people than sharks.
Smoking
I...(to cycle) down the street, when I suddenly heard a Big Bang.
was cycling
I can't come to Amsterdam, I...(to break) my nose.
have broken
Na werkwoorden die 'iets zeggen' uitdrukken, zoals agree, promise, demand, forbid en refuse;
Infinitive
The team is going to win, because they...(to practice)
Noem ook de regel die hierbij hoort.
have been practicing.
Iets in het heden is een gevolg van het verleden, maar alleen als dit een poosjeheeft geduurd, meerdere keren is voorgekomen, of een gewoonte is (because, so).
I would avoid...(to speak) with your ex, because she is crazy.
Noem ook de regel die hierbij hoort.
Speaking.
Na de specifieke werkwoorden avoid, consider, give up, go on, keep, manage, mind, prefer, recommend, start, stop en suggest
They...(to drink) when I...(to arrive).
Were drinking, arrived
I....(never, to be) to Mars, but I...(to go) to Brussels last week.
Have never been, went
Na voorzetsels (after, before, while, at etc.)
Gerund
They...(to wait)for hours.
Noem ook de regel die hierbij hoort.
Have waited.
Iets is in het verleden begonnen en is nog steeds bezig
I tend ... (to speak) a bit high when I am exited.
Noem ook de regel die hierbij hoort.
to speak.
To learn, to manage, to fail en to tend; hierbij gebruik je ALTIJD infinitive
While I...(to study), I...(to see) the woman who robbed us last week.
was studying, saw
Sansa and Cersei ...(to know) each other since they ...(to be) at primary school.
have known, were
Iets is in het verleden gebeurd én afgelopen.
Past simple