Rekenen
Spelling categorieën
Taal
Gym
1

Welke min som geeft als antwoord 1.

2-1=?

1

Welke categorie hoort bij:
wei

Geit

1

Welke woordsoort hoort bij:
Het

Lidwoord

1

Een koprol in de lucht noemen we een?

Salto

2

Welke deel som geeft als antwoord 2.

Een getal : De helft
(16:8=, 22:11= of 2:1=)

2

Welke categorie hoort bij:
boosheid

Snelheid

2

Is het persoonsvorm of onderwerp:
De kinderen rennen langs de school.

Onderwerp

2

Drie onderdelen van turnen zijn:

sprong, brug, balk en vloer (mat)

3

Welke keer som geeft als antwoord 144

12x12=?

3

Welke categorie hoort bij:
Kalveren

Duif, Hersenen

3

Hoeveel leenwoorden in deze zin:
De game wordt verloren doordat de badminton speler zijn shuttle uit het veld slaat.

3

3

Wanneer iemand voetbal de bal krijgt terwijl hij of zij voorbij de laatste verdediger is, noemen we dit:

Buitenspel

4

Welke schaal geeft 350 meter in het echt.
Als 7 centimeter op papier.

1:50m

4

Welke categorie hoort bij:
Politiemannen

Krekel, Gitaar, Politie, Boomhut, Kikker

4

Is het werkwoord sterk of zwak in de verledentijd:
Graven

Sterk: groef/groeven

4

Wanneer er met volleybal een punt wordt gescoord met de serve terwijl de tegenstanders de bal niet hebben aangeraakt, noemen wij dit?

Een ace

M
e
n
u