Woorden bundel 2
Woorden bundel 3
Woorden vorige les
preposities
100

>< negatief

postief

100

>< veilig

gevaarlijk

100

Iets is kapot. Er is ...

schade

100

Ik ben boos ... jou.

op

200

Ik kan ... morgen niet komen. (spijtig genoeg)

helaas

200

Deze producten zijn g... (gevaarlijk)

giftig

200

iemand vertellen dat die moet oppassen = iemand w...

waarschuwen

200

Zij is verliefd ... mij.

op

300

Zij ... vriendelijk. (een beetje lachen, zonder geluid)

glimlacht

300

Doe zonnecrème op om je huid te 

beschermen

300

een sterk slot = een s... slot

stevig

300

Ik heb stress ... het examen.

voor

400

iets positiefs dat je over iemand zegt

het compliment

400

Je hebt me laten s... ! (even angst of stress voelen omdat iets onverwachts gebeurt)

schrikken

400

simpel 

eenvoudig

400

Ik wil jou bedanken ... je steun.

voor

500

Ik was o... toen ik hoorde dat ik geslaagd was. (je voelt je beter omdat een moeilijke situatie voorbij is)

opgelucht

500
Volg deze eenvoudige m... om griep te voorkomen.

maatregelen

500

Ik ben juist op tijd = op ... ...

op het nippertje

500
Hoe kan ik beter omgaan met ... stress?

met

M
e
n
u