Hij durfde ’s nachts niet alleen in het donker slapen.
Hij durfde ’s nachts niet alleen in het donker (te) slapen.
(bij durven : 'te' is optioneel)
Ze besloot een middagdutje doen.
Ze besloot een middagdutje te doen.
's avonds koffie drinken > kruidenthee drinken
In plaats van ’s avonds koffie te drinken, zou je beter kruidenthee drinken.
Hij vergeet vaak op tijd naar bed gaan.
Hij vergeet vaak op tijd naar bed te gaan.
De dokter raadde hem aan eerder gaan slapen.
De dokter raadde hem aan eerder te gaan slapen.
over je werk stressen > ontspanningsoefeningen doen
In plaats van te stressen over je werk te stressen, zou je beter ontspanningsoefeningen doen.
Hij blijft de hele middag in zijn bed liggen omdat hij erg moe is.
Hij blijft de hele middag in zijn bed liggen omdat hij erg moe is.
(verandert niet: blijven + infinitief zonder 'te')
Wij zullen in het weekend uitslapen.
Wij zullen in het weekend uitslapen.
(verandert niet: modaal verbum + geen 'te')
laat opblijven -> vroeg naar bed gaan
In plaats van laat op te blijven, zou je beter vroeg naar bed gaan.
(opblijven =separabel)
Ze liet haar partner uitslapen in het weekend.
Ze liet haar partner uitslapen in het weekend.
(verandert niet: laten + infinitief zonder 'te')
Ik hoor hem altijd snurken.
Ik hoor hem altijd snurken.
(verandert niet: horen + infinitief zonder 'te')
piekeren > gedachten opschrijven
Je mag vandaag wat langer blijven liggen omdat je hoopt bijslapen.
Je mag vandaag wat langer blijven liggen omdat je hoopt bij te slapen.
(mag + infinitieven zonder 'te' = modaal verbum)
(hoopt + te + infinitief)
Mijn mama wenst morgenvroeg uitslapen dus ik zal haar niet lastigvallen.
Mijn mama wenst morgenvroeg uit te slapen dus ik zal haar niet lastigvallen.
wenst + te infinitief
zal + infinitief = verander niet (modaal verbum)
je telefoon naar bed meenemen > je telefoon in de keuken laten
In plaats van je telefoon mee naar bed te nemen, zou je beter je telefoon in de keuken laten.
(meenemen= separabel)