Spelling
Werkwoordspelling
Leestekens
Grammatica (zinnen)
Grammatica (woorden)
100

Welk van de volgende woorden zijn verkeerd gespeld?

1) Orka
2) Kola
3) Akku
4) Kaktus

Kola - Akku - Kaktus

100

Verbeter de volgende woorden goed

Baker
Kenen
Trapen
Mopen

Bakker

Kennen

Trappen

Moppen

100

De volgende zin is correct geschreven:

Ik het het koud!!!

Niet waar

100

Wat is de persoonsvorm in de volgende zin:

Casijn wil graag naar het voetbalveld.

wil

100

Welke twee verschillende soorten lidwoorden kunnen wij?

Bepaald en onbepaald lidwoord
200

Schrijf de volgende woorden juist op:

Maanschijn

Pankoek

Zonsteek

Maneschijn


pannenkoek

Zonnesteek

200

De woorden:

Spelen,
Voetballen,
Computeren,
Schoppen,

Zijn zwakke werkwoorden

Waar

200

Leg uit waarom de volgende zin niet correct kan zijn.

Vind jij school ook leuk?!

Je kunt nooit een vraagteken en een uitroepteken gebruiken aan het einde van een zin. 

200

Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin:

Jelte heeft gisteren hard moeten werken voor school. 

Heeft moeten werken

200

Hoeveel werkwoorden staan er in het volgende stukje tekst?

Daphne wil graag miauwen als een kat, maar dat vindt Hailey maar een beetje vreemd. Dus ze vraagt waarom Daphne dat eigenlijk doet. Daphne vertelt dat ze fan is van katten en eigenlijk graag een kat wil zijn. 

wil, miauwen, vindt, vraagt, doet, vertelt, is, wil, zijn

300

Schrijf de volgende stoffelijke bijvoeglijk naamwoorden correct op:

De ... (wol) trui
Het ... (ijzer) aambeeld
De ... (polyester) trui

Wollen
Ijzeren
Polyester

300

Hoe heet de regel die past bij de volgende woorden:

jager
spelen
krater

Letterdief

300

Schrijf van de volgende woorden de juiste splitsing op.

vastleggen

opschrijven

hijskraan

kunstschaatsen

vast - leggen

op - schrijven

hijs - kraan

kunst - schaatsen

300

Wat is het onderwerp in de volgende zin.

Jesse en Jelte kregen van Timber een knuffel.

Jesse

300

Wat zijn de voorzetsels in de volgende zin?

"Tijdens de les praatte hij fluisterend over zijn plannen met zijn vrienden voor het weekend."

Tijden, over, met, voor

400

Vul bij de volgende woorden ei/ij in.

V...len
B...de
...len
Eetger...

Vijlen

Beide

IJlen

Eetgerij

400

Wat klopt niet aan de volgende zin?

"Vindt jij ook niet dat wij gewoon vrij moeten hebben als het buiten vriest?"

Vindt - Vind

400

Tussen welke vier woorden moeten in de volgende zin de aanhalingstekens.

Ik wil echt een jas aan, zegt Lyam, want ik heb het echt koud.

Ik, Lyam, want, koud

400

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?

Lieke kijkt heel de dag naar de wolken.

Er zit geen lijdend voorwerp in

400

Benoem de volgende dikgedrukte woorden in de zin.

Ik heb gisteren met mijn moeder gebowld

Heb - hulpwerkwoorden

gebowld - zelfstandig werkwoord

500
Schrijf de meervoudsvorm van de woorden juist op:


- Mama
- Museum
- Melodie
- Dictee

mama's

Musea / museums

Melodieën

Dictees

500

Schrijf de ontbrekende woorden in de zin juist op.

Gisteren ... (gamen, vt) wij, omdat Sjoerd graag ... (willen, vt), ... (fortniten, hw).

Gameden, wilde, fortniten

500

Schrijf in de volgende zin alle woorden die met hoofdletter horen.

“klm vliegt vanaf amsterdam naar londen, parijs, berlijn en rome tijdens het internationale festival van luchtvaart.”

KLM, Amsterdam, Londen, Parijs, Berlijn, Rome, Internationale, Festival, Luchtvaart

500

Wat is het meewerkend voorwerk in de volgende zin?

Mathiam geeft Mats een hand na de vakantie. 

Mats

500
Benoem in de voglende zin het dikgedrukte woord.


Au, dat doet enorm veel pijn.

tussenwerpsel

M
e
n
u