een traditioneel gerecht uit je land klaarmaken
Heb je dit weekend een traditioneel gerecht uit je land klaargemaakt?
boodschappen doen
Heb je dit weekend boodschappen gedaan?
naar het park fietsen
Ben je dit weekend naar het park gefietst?
een pijnstiller innemen
Heb je dit weekend een pijnstiller ingenomen?
naar muziek luisteren
Heb je dit weekend naar muziek geluisterd?
met de auto rijden
Heb je dit weekend met de auto gereden?
naar een rommelmarkt gaan
Ben je dit weekend naar een rommelmarkt gegaan?
naar de huisarts gaan
Ben je dit weekend naar de huisarts gegaan?
het huishouden doen
Heb je dit weekend het huishouden gedaan?
naar een museum gaan
Ben je dit weekend naar een museum gegaan?
naar tv kijken
Heb je dit weekend naar tv gekeken?
een bericht delen op sociale media
Heb je dit weekend een bericht gedeeld op sociale media?
Nederlands studeren
Heb je dit weekend Nederlands gestudeerd?
gezelschapsspelletjes spelen
Heb jij dit weekend gezelschapsspelletjes gespeeld?
ziek zijn
Ben je dit weekend ziek geweest?
van de trap vallen
Ben je dit weekend van de trap gevallen?
vroeg opstaan
Ben je dit weekend vroeg opgestaan?
op bezoek gaan bij vrienden
Ben je dit weekend op bezoek gegaan bij vrienden?
boos zijn
ballonnen opblazen
Heb je dit weekend ballonnen opgeblazen?
koekjes bakken
de rekeningen betalen
Heb je dit weekend de rekeningen betaald?
een boek lezen
Heb je dit weekend een boek gelezen?
de trein nemen
Heb je dit weekend de trein genomen?
taart kopen
Heb je dit weekend taart gekocht?