thema 1
thema 2
thema 3
Nederland
HEV2
100

Welk woord moet je nog invullen? Ik .... 28 jaar.

ben

100

Wat is de 6e dag van de week?

zaterdag

100

Wat heeft een flat bijna altijd en een huis soms? (buiten)

een balkon

100

Hoeveel letters heeft het Nederlandse alfabet?

26

100

Welke cursist heeft al een Nederlands paspoort?

Barzan

200

Hoe spreek je dit woord uit? HUUR

(als uu en niet als oe)

200
Wat vraag je aan iemand als je graag drinken wilt geven?

Wil je wat drinken?

(Wat wil je drinken?)

200

Hoe heet de kleur van de zon?

geel

200

Hoeveel koekjes krijg je bij de koffie?

1

200

Wie heeft er kortgeleden een kind gekregen?

Houssam

300

Denk aan het werkwoord 'zijn'

Welk woord hoort bij 'hij'?

is

300

Wat doe met pen en papier als je een opdracht maakt? (werkwoord)

schrijven
300

Hoe schrijf je de ik-vorm van 'bellen'?

(ik) bel

300

Je feliciteert een vriend of familie of je groet iemand die je lang niet gezien hebt. Hoeveel kussen geef je?

3 (WEL: man-vrouw + vrouw-vrouw) (NIET: man-man)

300

Wat is de naam van jullie nieuwe docent?

Simone

400

Hoe noem ik de broer van mijn man?

zwager

400

Schrijf in letters op het bord: 28

achtentwintig

400
Als je bij een wedstrijd een medaille wint van brons (niet goud, niet zilver). Welke plaats heb je dan? 

derde

400

Hoe laat moet (ongeveer) fysiek aanwezig zijn als je een afspraak hebt om 11.00 uur?

tussen 10.50 en 10.59 uur

400

Welke cursist is nu op vakantie?

Fabiane

500

Maak een correcte vraagzin met 'hebben' en 'jij'. Start met het werkwoord 'hebben'.  

Heb jij .....?

500

Welke zin zeg je als je wilt weten wat alle letter van een woord zijn?

Hoe spel je dat? Wil je dat spellen?

Hoe schrijf je dat? Hoe schrijf je ...?

500

Schrijf een correcte zin op het bord met: wonen + u

U woont ..... Woont u ....?

500

Je komt op de verjaardag van jouw vriend. Wie feliciteer je? 

(bijna) iedereen (jarige, ouders, partner, kinderen, familie, ...)

500

Hoeveel cursisten zitten er officieel in HEV2?

16

M
e
n
u