Dit dier leeft in je huis en is familie van de tijger.
De kat.
Met dit lichaamsdeel kijk je.
Het oog
In dit voorwerp stop je pennen en potloden.
Dit kledingstuk doe je buiten aan over je andere kleren omdat het koud is.
De jas
Om dit te doen gebruik je je ogen.
kijken
Dit dier is een roze vogel.
De flamingo
Dit lichaamsdeel is een deel van je hand.
De vinger
Dit voorwerp hangt voor het raam.
Het gordijn
Dit kledingstuk zet je op je hoofd als je het koud hebt.
De muts
Dit doe je 's nachts.
slapen
Dit dier leeft in de bossen van Loppem en bijt graag in je huid.
De teek
Dit dier heeft 4 poten en draagt zijn huis op zijn rug.
De schildpad
Dit voorwerp projecteert een powerpoint op het scherm.
De beamer
Met dit onderdeel van een jas doe je hem dicht.
De rits
Schrijf de zin die hetzelfde betekent als: 'Snap je het?'
Begrijp je het?
Dit dier leeft in China en is zwart met wit.
De panda
Dit dier heeft 4 poten en een gewei. Het heeft witte vlekjes.
Het hert
Aan dit voorwerp zit een leerkracht.
De bureau
Dit lange kledingstuk doen meisjes aan.
De jurk
zwijgen
Dit dier kan 150 jaar worden.
De schildpad
Dit dier is het kindje van een schaap.
Het lam
Met dit voorwerp knip je een blad middendoor.
De schaar
Dit kledingstuk is voor aan je benen en heeft twee pijpen.
De broek
Een boek moet je ...
lezen