Eén woord, drie zinnen
Correct gebruikt?
Letterchaos
Vreemde eend
Contextdetective
100

Welk schooltaalwoord past in alle 3 zinnen?

  1. De leerlingen kregen duidelijke _____ voor het uitvoeren van de proef.
  2. Lees eerst de _____ voordat je het apparaat inschakelt.
  3. Zonder verdere _____ wist niemand welke stappen hij moest volgen.


instructie

100

Wordt hier een correct schooltaalwoord gebruikt? Bij een fout gebruik moet je de zin verbeteren of uitleggen waarom!

De twee partijen bereikten uiteindelijk een consensus waar iedereen zich in kon vinden.


correct!

Verklaring: een consensus is overeenstemming tussen verschillende meningen.

100

Welk woord staat hier?

Omschrijving: kant of zienswijze van een zaak
Letterchaos: P – C – T – A – S – E

aspect

De spreker belichtte slechts één aspect van het probleem en hield geen rekening met de andere gevolgen.

100

Kies de indringer en verklaar waarom!

  • chronisch
  • recent
  • occasioneel
  • esthetisch


esthetisch

Verklaring: chronisch, recent en occasioneel geven iets aan over tijd of frequentie: langdurig, kortgeleden of af en toe. Esthetisch heeft betrekking op schoonheid.

100

Kies het schooltaalwoord dat het beste past in deze situatie!

Een leerling schrijft de gebeurtenissen uit een roman op in de volgorde waarin ze plaatsvonden.

Welk begrip past het best?

  • chronologie
  • perceptie
  • procedure
  • accumulatie


chronologie

Verklaring: chronologie is de opeenvolging van gebeurtenissen in de tijd.

200

Welk schooltaalwoord past in alle 3 zinnen?

  • De onderzoekers moesten hun bevindingen zorgvuldig _____.
  • De leerling probeerde de structuur van het gedicht te _____.
  • Om de oorzaak van het probleem te vinden, moet je eerst alle gegevens _____.

analyseren

200

Wordt hier een correct schooltaalwoord gebruikt? Bij een fout gebruik moet je de zin verbeteren of uitleggen waarom!

De leerling werkte volledig autonoom en had voortdurend hulp van de leerkracht nodig.



Fout!

Mogelijke verbetering:

De leerling werkte volledig autonoom en kon de taak zonder hulp van de leerkracht uitvoeren.

Verklaring: autonoom betekent zelfstandig of onafhankelijk.

200

Welk woord staat hier?

Woordsoort: bn.
Omschrijving: gewoon, alledaags, weinig bijzonder
Letterchaos:

A – V – I – T – R – A – I – L

triviaal

Een kleine vergissing is meestal een triviaal probleem.

200

Kies de indringer en verklaar waarom!

  • discreet
  • egocentrisch
  • integer
  • ethisch


egocentrisch

Verklaring: discreet, integer en ethisch beschrijven zorgvuldig of moreel verantwoord handelen. Egocentrisch betekent dat iemand vooral zichzelf centraal stelt.

200

Kies het schooltaalwoord dat het beste past in deze situatie!

Een school wil een digitaal leerprogramma dat de moeilijkheidsgraad automatisch aanpast aan het niveau van iedere leerling.

Welk woord beschrijft het programma het best?

  • conventioneel
  • adaptief
  • formeel
  • autonoom


adaptief

Verklaring: iets adaptiefs kan zich aan veranderende omstandigheden of behoeften aanpassen.

300

Welk schooltaalwoord past in alle 3 zinnen?

  • De docent vroeg de leerling om zijn antwoord verder te _____.
  • Kun je _____ welke bronnen je voor je onderzoek gebruikt hebt?
  • De getuige moest nauwkeurig _____ waar en wanneer hij het incident had gezien.

specificeren

300

Wordt hier een correct schooltaalwoord gebruikt? Bij een fout gebruik moet je de zin verbeteren of uitleggen waarom!

De journalist beloofde de naam van de getuige niet bekend te maken en behandelde de informatie met de nodige discretie.


Correct!

Verklaring: discretie betekent dat je voorzichtig omgaat met vertrouwelijke informatie.

300

Welk woord staat hier?

Omschrijving: ontbrekend gedeelte, leemte
Letterchaos: C – A – U – L – N – E

lacune

Zijn kennis van de moderne geschiedenis bevat nog een grote lacune, omdat hij die periode nooit heeft bestudeerd.

300

Kies de indringer en verklaar waarom!

  • clausule
  • analyse
  • steekproef
  • extrapolatie


clausule

Verklaring: een analyse, steekproef en extrapolatie kunnen deel uitmaken van een onderzoeksproces. Een clausule is een bepaling of voorwaarde in een overeenkomst.

300

Kies het schooltaalwoord dat het beste past in deze situatie!

Een onderzoeker ondervraagt 500 van de 25.000 Vlaamse laatstejaarsleerlingen om een beeld te krijgen van hun studiekeuze.

Hoe noem je de groep van 500 leerlingen?

  • consensus
  • steekproef
  • interval
  • component


steekproef

Verklaring: bij een steekproef wordt een deel van een grotere groep onderzocht.

400

Welk schooltaalwoord past in alle 3 zinnen?

  • De organisatie probeert jongeren voor de gevaren van online fraude te _____.
  • De campagne wil automobilisten voor de risico’s van vermoeidheid _____.
  • Met aangrijpende getuigenissen probeerde men het publiek te _____ voor armoede.

sensibiliseren

400

Wordt hier een correct schooltaalwoord gebruikt? Bij een fout gebruik moet je de zin verbeteren of uitleggen waarom!

Op basis van één onbeleefde toerist concludeerde hij dat alle inwoners van dat land onbeleefd zijn. Zijn redenering was dan ook erg genuanceerd.


Fout!

Mogelijke verbetering:

Op basis van één onbeleefde toerist concludeerde hij dat alle inwoners van dat land onbeleefd zijn. Zijn redenering was een ongegronde generalisatie.

Verklaring: een genuanceerde uitspraak houdt rekening met verschillen en uitzonderingen. Hier wordt één bijzonder geval onterecht veralgemeend.

400

Welk woord staat hier?

Woordsoort: bn.
Omschrijving: opgebouwd uit afzonderlijke onderdelen die gecombineerd of vervangen kunnen worden
Letterchaos:

L – A – M – U – O – R – D – I


modulair

De opleiding is modulair opgebouwd, waardoor studenten de onderdelen afzonderlijk kunnen volgen.

400

Kies de indringer en verklaar waarom!

  • consensus
  • interval
  • fusie
  • cohesie


interval

Verklaring: consensus, fusie en cohesie drukken een vorm van verbinding of samengaan uit: overeenstemming, samensmelting of samenhang. Een interval is een afstand of tijdsduur tussen twee gebeurtenissen.

400

Kies het schooltaalwoord dat het beste past in deze situatie!

Een historicus leest tientallen brieven van soldaten. Uit terugkerende beschrijvingen leidt hij af dat er een groot tekort aan voedsel was, hoewel niemand dat rechtstreeks schrijft.

Wat doet de historicus?

  • hij parafraseert
  • hij deduceert
  • hij specificeert
  • hij representeert


hij deduceert

Verklaring: deduceren betekent dat je een conclusie afleidt uit andere informatie of aanwijzingen.

500

Welk schooltaalwoord past in alle 3 zinnen?

  • De onderzoeker formuleerde een _____ die hij met een experiment wilde testen.
  • De eerste resultaten ondersteunden de _____, maar vormden nog geen definitief bewijs.
  • Toen nieuwe gegevens het tegenovergestelde aantoonden, moest de wetenschapper zijn _____ verwerpen.

hypothese

500

Wordt hier een correct schooltaalwoord gebruikt? Bij een fout gebruik moet je de zin verbeteren of uitleggen waarom!

Omdat het onderzoek slechts drie deelnemers telde, konden de wetenschappers de resultaten probleemloos extrapoleren naar de volledige bevolking.

Fout!

Mogelijke verbetering:

Omdat het onderzoek slechts drie deelnemers telde, konden de wetenschappers de resultaten niet betrouwbaar extrapoleren naar de volledige bevolking.

Verklaring: extrapoleren betekent verwachtingen of algemene uitspraken formuleren op basis van bestaande gegevens. Een extreem kleine steekproef biedt daarvoor onvoldoende grond.

500

Welk woord staat hier?

Omschrijving: een geleidelijke opeenstapeling of opeenhoping

M – A – C – U – L – A – T – I – C – U – E



accumulatie

Door maandenlang geen administratie te verwerken, ontstond er een enorme accumulatie van onbeantwoorde berichten en onbetaalde facturen.

500

Kies de indringer en verklaar waarom!

  • acceptabel
  • adequaat
  • conventioneel
  • lumineus


lumineus

Verklaring: acceptabel, adequaat en conventioneel geven aan dat iets aanvaardbaar, passend of algemeen aanvaard is. Lumineus betekent schitterend of bijzonder goed bedacht.

500

Kies het schooltaalwoord dat het beste past in deze situatie!

Een onderzoek bij honderd leerlingen toont aan dat zestig procent beter scoort na extra slaap. Een journalist schrijft vervolgens:


“Extra slaap verbetert bij alle jongeren in alle omstandigheden gegarandeerd de schoolresultaten.”


Welke denkfout maakt de journalist?

  • hij verwart chronologie met causaliteit
  • hij maakt een generalisatie
  • hij geeft een parafrase
  • hij bereikt een consensus


hij maakt een generalisatie

Verklaring: de journalist leidt uit een beperkte groep en een genuanceerd resultaat een te algemene regel af. Hij negeert verschillen tussen leerlingen en omstandigheden.

M
e
n
u