Spanning
Stroomsterkte
Schakelschema's
Meterkast
100

Geef drie voorbeelden van spanningsbronnen.

Bijvoorbeeld: batterij, stopcontact, voedingskastje, accu, dynamo

100

Hoe groter de spanning, hoe groter / kleiner de stroomsterkte.

Groter

100

Is dit een serie- of een parallelschakeling?

Serieschakeling

100

Wat doet een "kWh-meter" precies in je meterkast?

Die meet hoeveel energie je gebruikt.

200

Hoe heten de deeltjes die statische elektriciteit veroorzaken?

Elektronen

200

Hoe noem je stoffen waar elektriciteit niet of lastig doorheen gaat?

Isolatoren / isolators

200

Teken het symbool voor een batterij en een lamp.


200

Welk onderdeel in je meterkast beschermt tegen kortsluiting?

Zekering

300


Hoeveel spanning levert deze autoaccu?

12 Volt

300

Wat is een andere naam voor een stroommeter?

Ampèremeter

300

De schakelaar staat open. Welke lampjes branden in deze situatie?

Lampje 1 en 2.
300
Er is een kabel stukgegaan. Er lekt stroom naar de buitenkant van je wasmachine. Welk onderdeel in je meterkast zorgt ervoor dat je geen schok krijgt door de lekstroom?

De aardlekschakelaar

400

Je schakelt vier batterijen van 1,5 V in serie. Hoe groot is de totale spanning?

6 Volt

400

Door een klein apparaat stroomt 0,1 mA. Hoeveel Ampère is dit?

0,0001 A

400

De stroomsterkte op punt 1 is 2 A. De lampjes zijn identiek. Hoe groot is de stroomsterkte op punt 2?

I = 2 A

400
Je zet te veel apparaten aan om dezelfde groep in je huis. Welk onderdeel in je meterkast zorgt ervoor dat de stroom wordt gestopt als die te groot wordt?

De zekering

500

Zet op volgorde van groot naar klein:


Atoom, molecuul, elektron

Molecuul, atoom, elektron

500

Deze schakeling heeft zes identieke lampjes. Door lampje 5 stroomt 2 A. Wat is de stroomsterkte door lampje 1?

Er komt 6 A uit de batterij. Lampje 1 en lampje 2 krijgen elk 3 A.

M
e
n
u