Geef drie voorbeelden van spanningsbronnen.
Bijvoorbeeld: batterij, stopcontact, voedingskastje, accu, dynamo
Hoe groter de spanning, hoe groter / kleiner de stroomsterkte.
Groter

Is dit een serie- of een parallelschakeling?
Serieschakeling
Wat doet een "kWh-meter" precies in je meterkast?
Die meet hoeveel energie je gebruikt.
Hoe heten de deeltjes die statische elektriciteit veroorzaken?
Elektronen
Hoe noem je stoffen waar elektriciteit niet of lastig doorheen gaat?
Isolatoren / isolators
Teken het symbool voor een batterij en een lamp.
Welk onderdeel in je meterkast beschermt tegen kortsluiting?
Zekering

Hoeveel spanning levert deze autoaccu?
12 Volt
Wat is een andere naam voor een stroommeter?
Ampèremeter
De schakelaar staat open. Welke lampjes branden in deze situatie?
De aardlekschakelaar
Je schakelt vier batterijen van 1,5 V in serie. Hoe groot is de totale spanning?
6 Volt
Door een klein apparaat stroomt 0,1 mA. Hoeveel Ampère is dit?
0,0001 A
De stroomsterkte op punt 1 is 2 A. De lampjes zijn identiek. Hoe groot is de stroomsterkte op punt 2?
I = 2 A
De zekering
Zet op volgorde van groot naar klein:
Atoom, molecuul, elektron
Molecuul, atoom, elektron

Deze schakeling heeft zes identieke lampjes. Door lampje 5 stroomt 2 A. Wat is de stroomsterkte door lampje 1?
Er komt 6 A uit de batterij. Lampje 1 en lampje 2 krijgen elk 3 A.