welzijnsdilemma
verzorgingsstaat
participatiesamenleving
Vergrijzing
100

Noem voor links, midden en rechts de waarde die zij het meest belangrijk vinden in het welzijnsdilemma?

links - bestaanszekerheid of solidariteit

midden- gezamenlijke verantwoordelijkheid

rechts- eigen verantwoordelijkheid

100

Wat is een verzorgingsstaat?

Een samenleving waarin de overheid burgers helpt te voorzien in de basisbehoeften.

100

Wat is een participatie samenleving?

In een participatiesamenleving zijn mensen meer verantwoordelijk om voor zichzelf, voor elkaar en hun omgeving te zorgen. De verantwoordelijkheid van de overheid neemt af.

100

Leg uit wat er bedoelt wordt met vergrijzing.

Dat er relatief veel ouderen (67+) zijn ten opzicht van jongeren in een land.

200

Leg uit wat collectieve goederen zijn en geef twee voorbeelden.

Dit zijn de levensbehoeften van burgers waarvoor de overheid volledig verantwoordelijk is. Dit zijn bijvoorbeeld de wegen en de veiligheid.

200

Leg kort uit hoe de overheid probeert artikel 22.1 (zorgen voor gezondheid) te realiseren.

De overheid organiseert in Nederland de gezondheidszorg. Ziekenhuis en andere zorgverleners worden voor een deel betaald door belastinggeld. Ook waarborgt de overheid de kwaliteit van de zorg. Daarbij is een zorgverzekering verplicht en helpt de overheid, door zorgtoeslag, mensen bij het betalen van deze verzekering. Een andere manier is dat de overheid probeert te voorkomen dat mensen ziek worden door mensen te stimuleren, gezond te leven en accijns te heffen op bijvoorbeeld alcohol en sigaretten.

200

Welke vier actoren kunnen de problemen in de verzorgingsstaat oplossen?

Staat, middenveld, markt en gemeenschappen.

200

Wat zijn de twee oorzaken van de vergrijzing?

We leven langer en er worden minder kinderen geboren.

300

Wat zijn accijns en waarom bestaan accijnzen?

Dit zijn extra belastingen op sigaretten en drank. De overheid heft dit om de gezondheid van burgers te verbeteren.

300

Noem drie sociale grondrechten.

Recht op huisvesting, Recht op onderwijs, Recht op gezondheidszorg

300

Geef voorbeelden van het maatschappelijk middenveld.

vrijwilligersorganisaties, sportclubs, vakbonden, goede doelen.

300

Welke vier problemen veroorzaakt de vergrijzing?

Personeelstekort zorg, personeelstekort alle sectoren, hoge gezondheidskosten, hoge kosten AOW uitkering

400

Leg het verschil uit tussen de rechtse en de linkse visie op het welzijnsdilemma. Noem daarbij de rol van de overheid

links:Er moet zekerheid bestaan dat iedereen altijd genoeg geld zal hebben om in de basisbehoeften te voorzien. De overheid is verantwoordelijk voor de belangrijkste levensbehoeften.

Rechts: Iedereen moet zoveel mogelijk gestimuleerd worden om voor zichzelf te zorgen. Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun levensbehoeften.

Links ziet een belangrijke rol voor de overheid, rechts ziet de rol voor mensen zelf.

400

Links en en rechtse stromingen focussen zich op twee verschillende problemen binnen de verzorgingsstaat. Welke twee problemen zijn dat?

Sommige mensen krijgen van de overheid geld, terwijl ze zich wel kunnen redden. (rechts)

Anderen krijgen juist te weinig hulp van de overheid en kunnen niet voorzien in hun basisbehoeften (links)

400

Bij welke stroming past een participatie samenleving het best. Leg uit waarom.

Liberale stroming omdat bij een participatiesamenleving de overheid een minder grote rol krijgt en burgers zelf meer verantwoordelijk worden.

400

Welke politieke stroming is er tegen om mensen langer te laten werken om de problemen door de vergrijzing tegen te gaan? Leg uit waarom

Sociaal democraten omdat zij opkomen voor de belangen van werkenden en zij zullen niet willen dat mensen langer blijven werken.

500

Leg uit waarom de politieke links stromingen en de politieke rechtse stroming moeilijk kunnen samenwerken.

Wat bij links de oplossing is, meer overheid, is voor de rechtse stroming het grootste probleem.

500

Leg uit op welke manier de verzorgingsstaat voor minder sociale ongelijkheid heeft gezorgd.

Door de komst van de verzorgingsstaat werd de bestaanszekerheid van mensen groter. De wetten waren er vooral om de arme mensen te helpen voorzien in hun levensonderhoud. Ook werd er gezorgd voor mensen die door omstandigheden niet konden werken. Zo kregen mensen meer kansen en werd de ongelijkheid tussen de armen en de rijken minder.

500

Geef voorbeelden van maatregelen die passen bij een participatie samenleving.

Vrijwilligers helpen bij een sportvereniging. Kinderen zorgen voor hun ouders die op leeftijd zijn. 

500

Welke oplossing om de vergrijzing tegen te gaan spreekt jou het meest aan? Leg uit welk probleem van de vergrijzing je oplost.

Dure behandelingen niet altijd meer vergoeden. Aow leeftijd verhogen. Jonge mensen stimuleren meer kinderen te krijgen. Immigratie voor meer personeel. Robots in de zorg.

M
e
n
u