(Blank)
(Blank)
(Blank)
(Blank)
100

___ ben een leerling.

Ik

100

yo 

ik

100

Waar.......jij geboren?

ik ..... op Curacao geboren.

100

Het is een dier.
Het is groot.
Het is grijs.

Is het een olifant?
Ja, het is een olifant!

200

hombre 

Bent

200

Is hij blij?

ja , hij is blij 

200

.... jij een leerling?

ja. ik ben een leerling.

200

Ik ben een korte tijd zonder les. Je kunt eten, drinken en met vrienden praten. Wat ben ik?

jij bent de pauze 

300

ustedes 

jullie

300

U.......heel oud. 

bent

300

de docenten ......... erg lief. 

zijn. 

300

Ik ben een kaartje. Je gebruikt mij als je vijf minuten buiten het lokaal moet zitten. Wat ben ik?

het is de timeout kaart

400

Wie ben jij?

ik ben .....

400

wij ....... op school tot 2uur. 

zijn

400

..... jij aan het opletten? 

nee ik let niet op.

400

Ik ben van papier. Ik heb veel bladzijden. Je leest en werkt in mij. Wat ben ik?

jij bent een boek

500

zij .... heel ziek. 

is 

500

zij........ grappig. (1 persoon)

is

500

..... u de directeur? 

bent 

500

Wij zijn afspraken in de klas. Wij vertellen wat wel en niet mag. Wat zijn wij?

wij zijn de klasseregels.

M
e
n
u