___ ben een leerling.
Ik
yo
ik
Waar.......jij geboren?
ik ..... op Curacao geboren.
Het is een dier.
Het is groot.
Het is grijs.
Is het een olifant?
Ja, het is een olifant!
hombre
Bent
Is hij blij?
ja , hij is blij
.... jij een leerling?
ja. ik ben een leerling.
Ik ben een korte tijd zonder les. Je kunt eten, drinken en met vrienden praten. Wat ben ik?
jij bent de pauze
ustedes
jullie
U.......heel oud.
bent
de docenten ......... erg lief.
zijn.
Ik ben een kaartje. Je gebruikt mij als je vijf minuten buiten het lokaal moet zitten. Wat ben ik?
het is de timeout kaart
Wie ben jij?
ik ben .....
wij ....... op school tot 2uur.
zijn
..... jij aan het opletten?
nee ik let niet op.
Ik ben van papier. Ik heb veel bladzijden. Je leest en werkt in mij. Wat ben ik?
jij bent een boek
zij .... heel ziek.
is
zij........ grappig. (1 persoon)
is
..... u de directeur?
bent
Wij zijn afspraken in de klas. Wij vertellen wat wel en niet mag. Wat zijn wij?
wij zijn de klasseregels.