Het verhaal
De locatie
Het beoogde resultaat
Het probleem
Belachelijk!
100

Iemand vertelt wat er gebeurd is ...?

Een verhaal

100

Een speciaal uur om te leren zwemmen = ?

Zwemles

100

Een ander woord voor diplomazwemmen = ?

afzwemmen

100

Niet precies =?

ongeveer

100

Door een ronde boog in de vorm van een cirkel = ?

door een hoepel

200

Het tegenovergestelde van Echt Gebeurd  = ?

Niet waar/niet gebeurd

200

Een gebouw waarin je kunt zwemmen = ?

Zwembad

200

Je bent goed genoeg voor een papieren bewijs = ?

een diploma halen

200

Er was geen tijd voor nieuw water dus er was een … =?

probleem

200

Op je handen en voeten bewegen = ?

kruipen

300

Iets dat niet serieus is, maar wel om te lachen =?

Een grap

300

Op woensdag, en daarna weer op woensdag = ?

Elke week

300

Een soort trap waarop mensen zitten = ?

de tribune

300

Het afzwemmen kon niet … = ?

doorgaan

300

Met je buik op de grond vooruitbewegen = ?

Schuiven

400

Met dit woord geef je een KEUZE aan = ?

of

Je gaat op zwemles als je 5, 6 of 7 jaar oud bent.

400

Werkwoord voor iets dat tijd kost  = ?

duren – Het duurt  anderhalf jaar

400

De baas in het zwembad = ?

de badmeester

400

De kinderen waren “niet blij” = ?

teleurgesteld

400

Noem een techniek om te zwemmen = ?

Schoolslag, borstcrawl, rugslag

500

Hiermee geef je de volgorde aan =?

 Eerst… dan

500

Een voorwaarde en een gevolg  = ?

 Als … dan …

500

Iets dat je moet doen van een leraar = ?

de opdracht

500

Een gebouw waarin je allerlei sporten kunt doen =?

 de sporthal

500

Als iets goed gemaakt is, betaal je hier vaak voor =?

 de kwaliteit