Dit is wanneer je een possessive pronoun gebruikt.
Om een bezit aan te geven.
Dit zijn Nederlandse woorden die we kunnen gebruiken voor This, That, These & Those.
Dit, deze, die, dat.
Dit zijn de Nederlandse vormen van 'To be'.
Dit is wanneer je de present continuous gebruikt (de regel die je hebt geleerd).
Als iets nu aan de gang is of bezig is.
Dit zijn de vormen voor:
Mijn, jouw, zijn, haar, van het / ervan, ons, jullie, hun
Dit zijn de vormen:
My, your, his, her, its, our, your, their
Welke vorm gebruik je wanneer? (dichtbij, ver weg, enkelvoud, meervoud).
This = enkelvoud dichtbij
That = enkelvoud ver weg
These = meervoud dichtbij
Those = meervoud ver weg
Dit zijn de vormen van 'to be'.
Am, Is, Are.
Dit is hoe je de present continuous maakt.
To be + stam van het werkwoord + ing.
Dit zijn de vormen voor:
Van mij, van Jou, van hem, van haar, van het, van ons, van jullie, van hun
Dit zijn de vormen:
Mine, yours, his, hers, its, ours, yours, theirs
Dit woord voeg je toe als je het ontkennend maakt.
Not.
Dit is hoe je de present continuous maakt in een ontkennende vorm (iets is niet zo).
To be + not + stam van het werkwoord + ing
Dit is een trucje hoe je weet of je 'my' of 'mine' gebruikt.
Als je er in het Nederlands 'van' voor zet gebruik je mine en de andere vormen uit deze rij.
Am not
Is not / isn't
Are not / aren't
Dit is een uitzondering wat er gebeurd als het werkwoord op een e eindigt (bv. make).
De e gaat weg en -ing komt achter het werkwoord (bv making).