gevoelens
woorden
preposities
perfectum
imperfectum
100

Ik ... op mijn dochter want zij doet haar best op school.

trots

100

Ik vind de les ... (niet interessant)

saai

100

Ik ben boos ... jou.

boos op

100

kopen

ik heb gekocht

100

kopen

ik kocht

200

Ik ben vandaag ... ... omdat de zon schijnt.

goed gezind

200

We hebben een nieuw ... : een kat.

huisdier

200

Ik ben trots ... jou.

trots op

200
betalen

ik heb betaald

200

betalen

ik betaalde

300

Na een warm bad voel ik me o...

ontspannen

300

Op 25 december ... wij Kerstmis.

vieren

300

Ik ben bang ... spinnen.

bang van/voor

300

verhuizen

ik ben verhuisd

300

verhuizen

ik verhuisde

400

Toen ik het cadeau opendeed, was ik niet blij. Ik was t ...

teleurgesteld

400

Ik hou van ... ... van bloesems in de lente.

de geur

400

Ik ben blij ... mijn cadeau.

blij met

400

zingen

ik heb gezongen

400

zingen

ik zong

500

Toen mijn dochter geboren werd, was ik ... (sterke emoties hebben)

ontroerd

500

Op de markt in Turkije moet je over de prijs o...

onderhandelen

500

Ik ben verliefd ... jou.

verliefd op

500

toeteren

ik heb getoeterd

500

toeteren

ik toeterde