H1
H2
H3
H4
Begrippen
100

Kies de juiste woorden:
De vraag naar arbeid komt van ...A.... Ook ...B... zijn onderdeel van de vraag naar arbeid.

A: werknemers / werkgevers
B: werklozen / vacatures

A: werkgevers
B: vacatures

100

Is de sociale zekerheid betaalbaarder bij een hoge i/a-ratio of een lage i/a-ratio?


Een lage. Een lage i/a-ratio betekent dat er ten opzichte van de werkenden relatief weinig ontvangers van een uitkering zijn. 

100

Zet bij iedere cijfer het juiste letter

1. primaire sector
2. secundaire sector
3. tertiaire sector
4. quartaire sector

A. Industrie
B. Commerciële dienstverlening
C. Niet-commerciële dienstverlening
D. Landbouw


1. D
2. A
3. B
4. C

100

1. verlof
2. scholing
3. arbeidsuren
4. salaris
5. kinderopvang

Wat zijn primaire arbeidsvoorwaarden?


3 en 4

100

Ik ben de werknemer die geen cent aan de vakbond betaalt, maar wel vooraan staat om de vruchten van hun onderhandelingen te plukken.

Welk begrip ben ik?


meelifter / free-rider

200

KLM schrapt 2.500 banen

Het merendeel van deze banen verdwijnt door het aflopen van tijdelijke arbeidscontracten en door arbeidstijdverkorting. Daarmee hoopt KLM gedwongen ontslagen zoveel mogelijk te vermijden.

Welk gevolg heeft deze ontwikkeling voor de vraag naar arbeid en het aanbod van arbeid in Nederland?

A       De vraag naar arbeid bleef gelijk en het aanbod van arbeid bleef gelijk.
B       De vraag naar arbeid bleef gelijk en het aanbod van arbeid steeg.
C       De vraag naar arbeid daalde en het aanbod van arbeid bleef gelijk.
D       De vraag naar arbeid daalde en het aanbod van arbeid steeg.
E       De vraag naar arbeid steeg en het aanbod van arbeid daalde.


C

200

Tijdens een hoogconjunctuur zien we op de arbeidsmarkt het .....I..... , omdat de kans op een baan ..II.. is .

Welk antwoord is juist?

A       I = aanzuigeffect                II = klein
B       I = aanzuigeffect                II = groot
C       I = ontmoedigingseffect   II = klein
D       I = ontmoedigingseffect   II = groot


B

200

Bij een bedrijf zijn de salarissen gestegen met 3,5%
De arbeidsproductiviteit is gedaald met 1,3%

Met hoeveel procent zijn de loonkosten per product veranderd? Geef aan of het een stijging of een daling is.


Index loonkosten per werknemer / index arbeidsproductiviteit x 100

103,5 / 98,7 x 100 = 104,86 --> 4,9% stijging

200

Stelling 1: juist of onjuist?
Een incidentele loonstijging is een loonstijging als gevolg van een stijging van de arbeidsproductiviteit in de hele bedrijfstak.

Stelling 2: juist of onjuist?
Op een ruime arbeidsmarkt staan werkgevers sterker bij onderhandelingen over een cao dan bij een krappe arbeidsmarkt.


1: onjuist

2: juist


200

Ik ben de investering die niet zorgt voor een extra werkplek, maar voor een slimmere robot op de bestaande plek waardoor de mens sneller produceert.

Welk begrip ben ik?


Diepte-investering

300

Leg uit wat er met de lonen gebeurt in een verkrappende arbeidsmarkt.


De lonen stijgen. De vraag is relatief groot ten opzichte van het aanbod, waardoor het loon stijgt.

300

Een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 naar 67 jaar, leidt ertoe dat de potentiële beroepsbevolking .....A...... Deze verhoging zorgt voor een ....B.... betaalbaarheid van de sociale zekerheid. 

A stijgt / daalt / gelijk blijft
B betere / slechtere


A: gelijk blijft
B: betere

300

Als in Nederland, vergeleken met het buitenland, de loonkosten sneller stijgen, zal de concurrentiepositie van Nederland ...A.... Voor bedrijven kan dit een reden zijn om meer ....B....-investeringen doen. Hierdoor zal de productie ...C... worden.

A: verbeteren / verslechteren / gelijk blijven
B: diepte / breedte
C: arbeidsintensiever / kapitaalintensiever


A: verslechteren
B: diepte
C: kapitaalintensiever

300

In de cao voor de gezondheidszorg staat: ‘De loonstijging volgend jaar is gelijk aan de inflatie.

Dit noemen we:



prijscompensatie

300

Ik ben de onzichtbare grens die precies bepaalt hoeveel de portemonnee mag groeien zonder dat de winst van de werkgever in gevaar komt.

Welk begrip ben ik?


Loonruimte

400

Van land D zijn de volgende gegevens verzameld: zie bron.

Hoe groot is het totale aanbod van arbeid?



6.900.000

400

In een land bestaat de potentiële beroepsbevolking uit 18 miljoen mensen. De beroepsbevolking bestaat uit 14 miljoen mensen. Er zijn in dit land 2 miljoen werklozen.

1. Bereken de bruto participatiegraad

2. Bereken de netto participatiegraad

1. 14/18 x 100% = 77,8%

2. 12 / 18 x 100% = 66,7%


400

Twee bedrijven, Jans bv en Pons bv, werken in dezelfde sector. Hun gegevens over het jaar 2022 staan in de tabel (zie bron).

Van de twee bedrijven heeft …I… de meest kapitaalintensieve productie, en …II… de meeste arbeidsintensieve productie.

A       I = Jans bv; II = Jans bv
B       I = Pons bv; II = Pons bv
C       I = Jans bv; II = Pons bv
D       I = Pons bv; II = Jans bv


C

400

Volgens de Wet van Baumol zullen de relatieve kosten per "product" in de dienstensectoren relatief ...A... stijgen. Dit komt doordat de ...B... in deze sector achterblijft bij de ....C.... Doordat werknemers marktconforme lonen eisen zal uiteindelijk een ... D... deel van het BBP besteed moeten worden aan onder andere de publieke sector. 

A: sterk / zwak
B: loonstijging / arbeidsproductiviteitsstijging / prijsstijging
C: loonstijging / arbeidsproductiviteitsstijging / prijsstijging
D: groter / kleiner

A: sterk
B: arbeidsproductiviteit
C: loonstijging
D: groter 

400

Ik ben de economische 'schil' die je niet kunt opeten, maar die wel dunner wordt als het slecht gaat met de economie.

Welk begrip ben ik?


De flexibele schil

500

Leg uit of in een laagconjunctuur de arbeid verkrapt of verruimt. Gebruik in je antwoord zowel de vraag naar arbeid als het aanbod van arbeid.


In een laagconjunctuur is de effectieve vraag laag. Daardoor daalt de productie.

De vraag naar arbeid daalt.
Het aanbod van arbeid blijft gelijk*.
De arbeidsmarkt verruimt dus (er zijn in verhouding meer werklozen)

*aanbod daalt kan ook, maar alleen als het ontmoedigingseffect benoemd is. In dat geval verruimt de arbeidsmarkt alleen als de vraag relatief meer daalt dan het aanbod.


500

Gebruik de volgende gegevens:

1. Bereken de p/a-ratio
2. bereken de bruto-participatiegraad
3. bereken de i/a-ratio

1. 1,1
2. 75%
3. 60%

500

In 2022 stijgt de productie van bedrijf Bakker met 7%. De arbeidsproductiviteit per arbeidsjaar neemt in 2022 toe met 3%, terwijl de loonkosten per arbeidsjaar in dat jaar met 2,5% zijn gestegen.

1. Bereken met hoeveel procent de werkgelegenheid in arbeidsjaren is veranderd.

2. Bereken met hoeveel procent de loonkosten per product zijn veranderd. 


1. 107 / 103 x 100 = 103,88 --> 3,9% stijging

2. 102,5 / 103 x 100 = 99,5 --> 0,5% daling

500

In 2022 produceert Laptop bv 76.000 laptops en verkoopt deze tegen een prijs van € 550. Laptop bv koopt voor € 225 per laptop onderdelen en hulpstoffen in. De onderneming huurt een werkplaats en verkoopruimte voor € 1.500.000 per jaar. Van het geïnvesteerde vermogen van € 60 miljoen is 70% gefinancierd door leningen tegen een gemiddelde rente van 7%. De onderneming heeft 220 werknemers in dienst en de gemiddelde loonkosten per werknemer bedragen € 70.000.

Bereken het loonaandeel van de toegevoegde waarde van Laptop bv over 2022 is


62,3%

Toegevoegde waarde = € 41.800.000 − € 17.100.000 = € 24.700.000

Totale loonkosten 220 × € 70.000 = € 15.400.000

Loonaandeel = (loonkosten / toegevoegde waarde) × 100%

15.400.000 / 24.700.000×100% ≈ 62,3% 

500

Ik zorg ervoor dat mensen de handdoek in de ring gooien en zich niet langer aanbieden op de arbeidsmarkt omdat ze de kans op een baan te klein vinden of het loon te laag.

Welk begrip ben ik?



het ontmoedigingseffect