Voortplanting en seksualiteit
Erfelijkheid
Celbiologie
Ecologie en natuurbeheer
100

Testosteron

Mannelijk geslachtshormoon

100

Stof waaruit chromosomen voor het grootste deel uit bestaan

DNA

100

Dit organel komt alleen voor in plantencellen

Chloroplasten

100

Deze organismen voeden zich met andere organismen

Autotrofe organismen

200

De geslachtskenmerken die je bij de geboorte al hebt.

Primaire geslachtskenmerken

200

Cel die ontstaat uit een moedercel na deling

Dochtercel

200

Dit transport gaat tegen het concentratieverschil in en kost ATP

Actief transport

200

Alle relaties tussen soorten draait om 1 van deze twee

Concurrentie of samenwerking

300

De optelsom van je geslacht, je identiteit (wie je bent, hoe je je voelt), je geaardheid en je genderexpressie

Gender

300

De twee mogelijke basenparen

A en T
C en G

300

Een gas noodzakelijk voor aƫrobe dissimilatie

Zuurstof

300

Landschap dat is gevormd onder invloed van de mens

Cultuurlandschap

400

Weefsel dat lijkt op baarmoederslijmvlies dat zich buiten de baarmoeder bevindt

Endometriose

400

De vorming van RNA

Transcriptie

400

Het eindproduct van eiwitsynthese

Polypeptide

400

Hier is sprake van als de mens stoffen aan het milieu toevoegt

Vervuiling

500

Innesteling

De bevruchte eicel zet zich vast in het baarmoederslijmvlies

500

Een organisme waarbij een mutatie zichtbaar is in het fenotype

Mutant

500

Eiwitsynthese stopt als deze organellen kapot zijn

Ribosomen

500

Dit systeem verbindt fotosynthese, dissimilatie, verbranding en afbraak met elkaar.

Koolstofkringloop