Geluid
Mechanica
Elektriciteit
Overige
100


De elektrische gitaar is niet aangesloten op een geluidsinstallatie. Als je erop gaat spelen welke gitaar klinkt harder?


A. De gewone gitaar

B. De elektrische gitaar


A. De gewone gitaar

100


Met een balans meet je de grootheid...

A. Temperatuur

B. Lengte

C. Tijd

D. Massa

D. Massa

100

Wat is het symbool voor volt?

V

100

Het vallen van een steen is... 

A. Natuurkunde

B. Scheikunde

C. Biologie

D. Wiskunde

A. Natuurkunde

200


Op de foto zie je een viool.

Welke drie factoren bepalen samen de toonhoogte?

A. Dikte snaar, harder spelen, lengte snaar

B. Zachter spelen, spanning op snaar, lengte snaar

C. Dikte snaar, spanning op snaar, lengte snaar

C. Dikte snaar, spanning op snaar, lengte snaar

200


Verandert de massa van een lichaam als we het met een raket naar de maan zouden brengen?

A. ja

B. nee

B. Nee

200

Welke van de 4 opties is een geleider?

A. koper

B. plastic

C. hout

D. rubber

A. koper

200


Welk mengsel kun je wel filtreren?

A. Oplossing

B. Suspensie

C. Emulsie

D. Alledrie

B. Suspensie

300


Een dolfijn produceert een toon van 30 000 Hz.

Welke dieren zo’n toon kunnen horen?

A. Hond, vleermuis, dolfijn

B. Hond, olifant, dolfijn

C. Mens, hond, muis

D. Mens, olifant, muis


A. Hond, vleermuis, dolfijn

300


Je buurmeisje zit op het gras naast jou en vertelt dat zij een massa van 40 kg heeft en een gewicht van 402N. Bereken of zij de waarheid vertelt. (g=10m/s2)

A. 402 x 10 = 4020 dus ze heeft geen gelijk

B. 40 x 10 = 400 dus ze heeft geen gelijk

C. 40 x 10 = 400 dus ze heeft gelijk

D. 402 : 10 = 40,2 dus ze heeft gelijk

B. 40 x 10 = 400 dus ze heeft geen gelijk

300


Je ziet hier een schakeling. Wat wijst het pijltje aan?

A. Batterij

B. Krokodillentangen

C. Schakelaar

D. Gebroken draad


C. Schakelaar

300

Er staan 3 potten met snoep in de kast. 1 pot is gevuld met drop, 1 pot met pepermunt en 1 pot met een mix van pepermunt en drop. De potten zijn gelabeld met "drop" "pepermunt" en "pepermunt & drop". Het probleem is: alle labels zitten op de verkeerde pot!

Jij moet er voor zorgen dat alle labels naar de juiste pot worden verplaatst. Maar, de enige manier om te ontdekken welk snoep er in de pot zit, is door te proeven. Je wilt 100% zeker weten dat de juiste label op de juiste pot komt. Maar je houdt niet van drop en ook niet van pepermunt, dus je wilt zo min mogelijk proeven.

Hoe vaak moet je minimaal proeven?

A. 1x

B. 2x

C. 3x

Eén keer. Als je één keer proeft uit de pot met het etiket "pepermunt & drop" weet je of het een pot met drop of pepermunt is want het is in elk geval geen mix en het etiket is fout. Daarna kun je 1 op 1 doorschuiven.

400


Hoeveel verschillende stemvorken zijn er gebruikt voor de drie oscilloscoopbeelden?

A. 1

B. 2

C. 3

B. 2

400


Twee even grote ballen met een andere massa worden van dezelfde hoogte tegelijk losgelaten.

Welke komt als eerste beneden aan?

A. De bal met de grootste massa komt als eerste beneden aan.

B. De bal met de kleinste massa komt als eerste beneden aan.

C. Beide ballen komen gelijk beneden aan.

Ze komen gelijk aan.

400


Ik draai 1 lampje uit deze schakeling. Wat gebeurt er met de andere 6 lampen?

A. Alle lampjes gaan uit

B. De andere 6 lampjes gaan allemaal iets harder    
    branden

C. Er gebeurt helemaal niets

D. Alleen de lampjes die voor de lamp staan die eruit
    is gedraaid, werken nog.


A. Alle lampjes gaan uit

400

Deel A heet ... 

A. het filtraat

B. het residu

C. het destillaat

D. de suspensie

B. het residu

500


De tijdinstelling van de drie oscilloscoopschermen is 1 ms per hokje.

Welke zin is onjuist?

A. In scherm C is een zachte toon afgebeeld.

B. In scherm B is een lage toon afgebeeld

C. In scherm C is de laagste toon afgebeeld.

D. In scherm A en scherm C hebben de tonen dezelfde toonhoogte.


D. In scherm A en scherm C hebben de tonen dezelfde toonhoogte.

500

Wat zal er gebeuren als je de rechter baksteen weghaalt?

A. Niets, alle krachten zijn in evenwicht.

B. De rolschaats rolt weg.

Niets, alle krachten zijn in evenwicht.

500

Wat zijn de voordelen van een parallel schakeling?

A. Bij een parallel schakeling heb je meerdere
    stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft
   de rest werken.
   Ook branden alle lampen die parallel staan even
   fel.

B. Bij een parallel schakeling heb je slechts 1
    stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de
    rest ook uit.
    Ook branden alle lampen die parallel staan even
    fel.

C. Bij een parallel schakeling heb je meerdere
    stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft
    de rest werken.
    Maar alle lampen branden minder fel, omdat de
    stroom wordt verdeeld over verschillende paden.

D. Bij een parallel schakeling heb je een
    stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de
    rest ook uit.
    Alle lampen branden minder fel, omdat de stroom
    wordt verdeeld over verschillende paden.

A. Bij een parallel schakeling heb je meerdere
    stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft
   de rest werken.
   Ook branden alle lampen die parallel staan even
   fel.

500


Op twee weegschalen staan identieke cilinders met water. In één cilinder drijft een dobber. Het waterpeil is in beide cilinders even hoog. Welke cilinder heeft de grootste massa?

A. De cilinder zonder dobber.

B. Ze wegen beide evenveel.

C. De cilinder met dobber.


B. Ze wegen beide evenveel.