Welk verwijswoord gebruik je als je verwijst naar het woord 'mensen'?
die of deze
Welk woord geeft bezit aan: hun of hen?
hun
De vergrotende trap van vrolijk is..
Vrolijker
Welke zin is correct? De hond loopt weg of De hond lopen weg?
De hond loopt weg
Wie heeft jou of jouw jas gevonden?
jouw
Welk verwijswoord gebruik je bij een het‑woord (bijv. het boek)?
dit of dat
Verbeter de fout: Hun lopen naar school.
Zij lopen naar school
Wat is de overtreffende trap van snel?
snelst(e)
Wat is het onderwerp in deze zin? Alle bezoekers van de afgelaste voorstelling kregen hun geld terug.
Alle bezoekers van de afgelaste voorstelling
Vul in: … wens is om later kapper te worden. (Me / Mijn)
mijn
Vul in: De jongen … ik gisteren sprak, woont naast mij.
die
Vul in: Dat is … fiets (bezit van ik).
Dat is mijn fiets
Wat is de vergrotende trap van graag?
liever
Is het onderwerp van deze zin enkelvoud of meervoud? Het team speelt goed.
Het team is enkelvoud, het is maar 1 team. Meervoudsvorm van team is teams.
Leg uit welke zin verkeerd is:
1. Wat is je telefoonnummer?
2. Wat is jou telefoonnummer?
Zin 2 is verkeerd. Jou moet jouw zijn omdat het bezit aangeeft.
Leg uit waarom je in deze zin die gebruikt: De vrouw die daar loopt, is mijn tante.
Omdat die verwijst naar de vrouw en een vrouwelijk de-woord krijgt die als verwijswoord.
Leg uit of deze zin correct is: Dat is haar tas en die van mijn ligt daar.
Nee, bij het tweede gedeelte (die van mijn) staat het bezit (de tas) er niet achter. Je gebruikt dan van mij en niet van mijn.
Wat is de overtreffende trap van weinig?
minst
Verbeter de fout: De zwerm vogels vliegen in een perfecte v‑vorm.
De zwerm vogels vliegt in een perfecte v‑vorm. (zwerm is enkelvoud)
Welke woorden zijn fout gespeld?: Ik geef u telefoon terug, want uw was uw telefoon vergeten.
Ik geef u telefoon terug, want uw was uw telefoon vergeten.
Verbeter de fout: Het meisje die op het podium staat, zingt prachtig.
Het meisje dat op het podium staat, zingt prachtig. (meisje is een het‑woord, dus dat)
Verbeter de zin: Ik heb mijn jas, maar hun zijn hun tas vergeten.
Ik heb mijn jas, maar zij zijn hun tas vergeten.
Verbeter de fout: Hij is de meest snelste van de klas.
Hij is de snelste van de klas.
Maak deze zin af met de juiste vorm van 'lopen.'
Een groep leerlingen ........ nu naar binnen.
loopt
Leg uit wanneer je 'uw' gebruikt in plaats van 'u'.
Als er bezit achter staat, bijvoorbeeld:
Dit is uw tas. Deze tas is van u (er staat nu geen bezit -tas- achter).