Verwijzen naar personen en dingen
Verwijzen naar bezit
Trappen van vergelijking
Persoonsvorm: ev of mv?
Verwijswoorden die op elkaar lijken
100

Welk verwijswoord gebruik je als je verwijst naar het woord 'mensen'?

die of deze

100

Welk woord geeft bezit aan: hun of hen?

hun

100

De vergrotende trap van vrolijk is..

Vrolijker

100

Welke zin is correct? De hond loopt weg of De hond lopen weg?

 De hond loopt weg

100

Wie heeft jou of jouw jas gevonden?

jouw

200

Welk verwijswoord gebruik je bij een het‑woord (bijv. het boek)?

dit of dat

200

Verbeter de fout: Hun lopen naar school.  

Zij lopen naar school

200

Wat is de overtreffende trap van snel?

snelst(e)

200

Wat is het onderwerp in deze zin? Alle bezoekers van de afgelaste voorstelling kregen hun geld terug.

Alle bezoekers van de afgelaste voorstelling

200

Vul in: … wens is om later kapper te worden. (Me / Mijn)

mijn

300

Vul in: De jongen … ik gisteren sprak, woont naast mij.  

die

300

Vul in: Dat is … fiets (bezit van ik).

Dat is mijn fiets

300

Wat is de vergrotende trap van graag?

liever

300

Is het onderwerp van deze zin enkelvoud of meervoud? Het team speelt goed.    

Het team is enkelvoud, het is maar 1 team. Meervoudsvorm van team is teams.

300

Leg uit welke zin verkeerd is:

1. Wat is je telefoonnummer?

2. Wat is jou telefoonnummer?

Zin 2 is verkeerd. Jou moet jouw zijn omdat het bezit aangeeft. 

400

Leg uit waarom je in deze zin die gebruikt: De vrouw die daar loopt, is mijn tante.  

Omdat die verwijst naar de vrouw en een vrouwelijk de-woord krijgt die als verwijswoord.

400

Leg uit of deze zin correct is: Dat is haar tas en die van mijn ligt daar.   

Nee, bij het tweede gedeelte (die van mijn) staat het bezit (de tas) er niet achter. Je gebruikt dan van mij en niet van mijn.

400

Wat is de overtreffende trap van weinig?

minst

400

Verbeter de fout: De zwerm vogels vliegen in een perfecte v‑vorm.  

De zwerm vogels vliegt in een perfecte v‑vorm.  (zwerm is enkelvoud)

400

Welke woorden zijn fout gespeld?:  Ik geef u telefoon terug, want uw was uw telefoon vergeten.  

Ik geef u telefoon terug, want uw was uw telefoon vergeten.  

500

Verbeter de fout: Het meisje die op het podium staat, zingt prachtig.  

Het meisje dat op het podium staat, zingt prachtig.  (meisje is een het‑woord, dus dat)

500

Verbeter de zin: Ik heb mijn jas, maar hun zijn hun tas vergeten.

Ik heb mijn jas, maar zij zijn hun tas vergeten.

500

Verbeter de fout: Hij is de meest snelste van de klas.  

Hij is de snelste van de klas.

500

Maak deze zin af met de juiste vorm van 'lopen.'

Een groep leerlingen ........ nu naar binnen.  

loopt

500

Leg uit wanneer je 'uw' gebruikt in plaats van 'u'. 

Als er bezit achter staat, bijvoorbeeld:

Dit is uw tas. Deze tas is van u (er staat nu geen bezit -tas- achter).