2.1 De Griekse stadstaten
2.2 Bestuur in de stadstaten
2.3 Geloof en wetenschap
2.4 Strijd en sport
2.5 Griekse cultuur
100

Wat betekent economie?

Inkomsten en uitgaven, handel en productie van een gebied.

100

Wat is een burger?

Een inwoner met bepaalde rechten en plichten.

100

Wat is een offer?

Iets wat iemand aan een god geeft.

100

Wat is een wapenstilstand?

Afgesproken onderbreking van een oorlog.

100

Wat is een komedie?

Een grappig, vrolijk toneelstuk.
200

Welke producten verkochten de Grieken.

Noem 2 voorbeelden.

Bv. Olijfolie, wijn en aardewerk.

200
Was een tiran goed of slecht.

Kan allebei.

200

Wie is de oppergod van de Griekse goden?

Zeus de god van de bliksem.

200

Hoe heet de koning van de Perzen. Noem of de vader of de zoon.

Vader = Darius

Zoon = Xerxes

200

Noem een voorbeeld van een Griekse Tempel

Bv. Parthenon

300

Waarom stichtten Grieken kolonies?

Omdat het Griekse platteland ervoor zorgden dat ze niet genoeg eten konden verbouwen voor de groeiende bevolking.

300

Vreemdelingen kunnen geen burgerrecht krijgen in Athene. Wat moeten ze wel doen.

Noem 2 voorbeelden

Belasting betalen of in het leger vechten.

300

Wat is het verschil tussen een mythe en een sage?

Mythe= een verhaal over goden

Sage= een verhaal over helden en halfgoden

300

Hoe begon het conflict tussen de Perzen en de Grieken

Doordat een stadstaat in opstand kwam tegen de Perzen en de Grieken deze stadstaat kwamen helpen.

300

Welke techniek gebruikte de Grieken om hun beelden levensecht te laten lijken.

Contraposte houding of het beeld laten leunen om een been.

Of

Goed kijken naar de vormen van de mens

400

Waarom namen Grieken het schrift van de Feniciërs over?

Door de handel en kolonies raakten de culturen door elkaar beïnvloed.

400

Wie had volgens de sages de minotaurus verslagen? En uit welke stad komt hij?

Theseus was de koning van Athene.

400

Noem 2 filosofen die uit Athene kwamen.

Socrates, Plato of Aristoteles

400

Wat was de echte aanleiding voor de oorlog tussen Athene en Sparta

Beide stadstaten wilden over heel Griekenland heersen.

400

Welke klassieke Griekse dingen worden vandaag de dag nog steeds gebruikt?

Bv. Pilaren, reliëf, beelden en vazen.

500

Welke rol hadden de rijke vrouwen van Athene in de samenleving?

Vrouwen mochten geen bezit hebben en niet meebeslissen in het bestuur. Ze mochten ook geen boodschappen doen.

Maar ze konden wel een priesteres worden.

500

Waarom moest je in Athene goed zijn in argumenten onderbouwen? 

Omdat je zo je standpunten kan onderbouwen tijdens de volksvergaderingen. Zo kan je steun krijgen van de andere stemmers.


500

Waarom dachten mensen dat priesters de toekomst konden voorspellen.

Doordat er dampen kwamen uit de tegels van de tempels. Die zorgden ervoor dat de mensen bedwelmd werden en de antwoorden geloofden.
500

Vrouwen hadden een eigen olympische spelen.
Welke godin word er vereerd tijdens de spelen?

God = Hera

500

Waarom zijn de Griekse tempels vandaag de dag niet beschilderd? En wat was er geschilderd op de muren?

Door weer en wind is de verf van de tempels af geschuurd. Op de muren waren mythes en sages geschilderd.