Maak goede vragen en antwoorden.
Maak goede vragen en antwoorden.
Maak goede vragen en antwoorden.
Maak goede vragen en antwoorden.
100


de vraag: hoe gaat het met jou?


het antwoord: Het gaat niet (zo) goed. 

                      Het gaat wel.

                      Het gaat (heel) goed. 

100

 (talen)

de vraag: Welke talen spreek jij? 


het antwoord: Ik spreek Arabisch/Nederlands/Engels/Frans/Spaans/Igbo/Oekraïens/ Turks/ Duits/Tagalog/Russisch/Kirundi/Portugees...

100

 kinderen? 

de vraag: Heb jij kinderen? 

het antwoord: 

 Ja, ik heb kinderen.
Ik heb 1 zoon/dochter. Ik heb .... zonen/ dochters

Nee, ik heb geen kinderen maar ik ben zwanger/ mijn vriendin/vrouw is zwanger.

Nee, ik heb geen kinderen.

100

 (familienaam+spelling)

de vraag: Wat is jouw/je familienaam?

Hoe spel je dat? / Kan je dat spellen? 


het antwoord: Mijn familienaam is ....

Dat spel je.....

200

 (naam?)

de vraag:  Hoe heet jij?  / Wat is jouw naam? 


het antwoord: Ik heet [x].  / Mijn naam is [x]. 

200

 (transport naar het werk?)

de vraag: Hoe ga jij naar het werk? 


het antwoord: Ik ga te voet naar het werk. 

Ik ga met de bus/met de trein/met de metro/ met de auto/met de fiets naar het werk.

Ik werk van thuis uit.

Ik werk niet.

200

 (beroep)

de vraag: Wat is jouw beroep?


het antwoord: Ik ben [beroep].


200

 (nationaliteit)

de vraag: Wat is jouw/ je nationaliteit? 


het antwoord: Mijn nationaliteit is   Belgisch/Oekraïens/Turks/Syrisch/Nigeriaans/Palestijns/Frans/Brits/Amerikaans/Russisch/Burundees/Marokkaans/ Mexicaans/Puerto Ricaans/Spaans/Braziliaans/Tsjetsjeens...

300

 (land?)

de vraag: Uit welk land kom jij?


het antwoord: Ik kom uit [land].

300

 (e-mailadres?)

de vraag: Wat is jouw/je e-mailadres?


het antwoord: Mijn e-mailadres is ......


(@= at     . =  punt) 

300

 (woonplaats)

de vraag: Waar woon jij? 


antwoord: Ik woon in ....

300

 burgerlijke staat?

de vraag:  Ben jij getrouwd? 


het antwoord:  + Ja, ik ben getrouwd.

- Nee, ik ben niet getrouwd. 

Ik woon samen met mijn vriend(in).

Ik heb een vriend(in)/lief.

Ik ben single/alleenstaand/vrijgezel.

Ik ben gescheiden.

400

 (periode in België?)

de vraag: Hoelang woon/ben jij (al) in België? 


het antwoord:
Ik woon/ben (al/nog maar) ..... dagen/maanden/jaar in België.

400

 (leeftijd?)

de vraag: Hoe oud ben jij? 


het antwoord: Ik ben ..... jaar oud. 

400

 (verjaardag)

de vraag: Wanneer verjaar jij? 


het antwoord: Ik verjaar op  [dag+ maand].


400

(geboortedatum?)

de vraag:
Wanneer ben jij geboren? / Wat is jouw geboortedatum? 


het antwoord: 

Ik ben geboren op [dag/maand/jaar]. 

Mijn geboortedatum is [dag/maand/jaar].