Future
Adjectives & adverbs
All / every / each
Vocab
Irregular verbs
100

Welke zin is correct?

A. I am going to the cinema every Saturday.

B. I will going to the cinema tomorrow.

C. I am going to visit my grandma next weekend.

D. I visit my grandma tomorrow.

C

100

Is het onderstreepte woord een adjective of een adverb?

She is a careful driver.

adjective

100

___ students must bring a pen.

A. All

B. Every

C. Each

A

100

Geef de vertaling van dit woord:

prey

prooi

100

Vul dit rijtje verder aan:

to write - wrote - written - ___

schrijven

200

Leg uit waarom in deze zin de present continuous wordt gebruikt:

We are having a party next Saturday.

Omdat het een geplande afspraak is die vrijwel zeker doorgaat.

200

Welk woord is de adverb in deze zin?

The dog is really quick.

really

200

Na welk woord gebruik je altijd een meervoud?

all

200

Geef de vertaling van dit woord:

neushoorn

rhino(ceros)

200

Vul dit rijtje verder aan:

to speak - ___ - spoken - spreken

spoke

300

Vul de juiste vorm in:

She got all the steps right! She ___ (to win) the competition!

is going to win

300

Maak van deze adjective een adverb:

happy

(je moet het correct spellen)

happily

300

The teacher gave the students a worksheet and checked ___ one individually.

each

300

Geef de vertaling van dit woord:

protective gear

beschermende kleding

300

Vul dit rijtje verder aan:

to tell - ___ - ___ - vertellen

told - told

400

Verbeter de grammaticale fout in deze zin:

If you are hungry, I am going to get you some food.

If you are hungry, I WILL get you some food.

400

Verbeter de fout:

He speaks English very good.

He speaks English very WELL.

400

In deze zin zit een fout. Verbeter hem:

Every students have a Chromebook.

Every STUDENT has a Chromebook

OR

ALL students have a Chromebook.

400

Geef de vertaling van deze woorden:

to remove and judge

verwijderen en rechter

400

Vul dit rijtje verder aan:

____ - shook - ____ - schudden

to shake - shaken

500

Vul het juiste werkwoord in EN leg uit waarom dit goed is:

(-) We ___ (to see) anu elephants today, because they're miles away from here.

aren't going to see

waarom: het is een voorspelling gebaseerd op een aanwijzing

500

In deze zin staan 3 adverbs. Welke zijn dat en waar zeggen ze wat over?

Fortunately, Sarah answered the difficult question incredibly quickly.

Fortunately --> zegt iets over de hele zin

Incredibly --> Zegt iets over quickly

Quickly --> Zegt iets over het werkwoord 'answered'

500

Wat is het verschil in betekenis tussen deze 2 zinnen?

Every student passed the test.

Each student passed the test

Every student --> alle leerlingen als groep

Each student --> individuen in de groep

500

Geef de vertaling van deze woorden:

winkeldiefstal en inbraak

shoplifting and burglary

500

Vul dit rijtje verder aan (spelling check included):

___ - ___ - ___ uitgeven

to spend - spent - spent