Schoolloopbaan
Beroepen
Zinsstructuur
Imperfectum
Linkwoorden
100

Eerst volg je het basisonderwijs, dan het .... onderwijs. 

Secundair

100

Deze persoon poetst in jouw huis. 

Poetsman / poetsvrouw / poetshulp

100

Waarom studeer jij Nederlands? Om... te... 

Om met mensen te praten, om met buren te praten, om mijn kinderen te helpen, om een job te vinden...

100

Maak de zin opnieuw met 'vroeger'. Ik doe basisonderwijs. 

Ik deed basisonderwijs.

100

Verbind de twee zinnen. Ik neem een douche, ik ga naar school. (eerst, dan)

Eerst neem ik een douche, dan ga ik naar school.

200

Na het secundair onderwijs kan je hier studeren.

de universiteit of de hogeschool

200

Deze persoon rijdt met de bus.

De buschauffeur

200

Waarom ben jij naar België gekomen? 

Om een beter leven te vinden, om geld te verdienen, om me veilig te voelen

200

Maak de zin opnieuw met 'vroeger'. Ik volg secundair onderwijs.

Ik volgde secundair onderwijs.

200

Ik studeer Nederlands. Ik wil een goede job vinden. (want)

Ik studeer Nederlands, want ik wil een goede job vinden.

300

Studeren ... de universiteit

aan

300

Met deze personen werk je samen. 

Collega's

300

Hoe oud waren jullie toen jullie naar België kwamen? 

Ik was... jaar, toen ik naar België kwam. 

300

Maak de zin opnieuw met 'vroeger'. Ik heb niet altijd werk. Soms werk ik in een café. 

Ik had niet altijd werk. Soms werkte ik in een café. 

300

Ik was te laat op school. Ik stond in de file. (omdat)

Ik was te laat op school, omdat ik stond in de file stond.

400

Een diploma ... (krijgen)

Behalen

400

Als je in een fabriek werkt, werk je als... 

Arbeider

400

Wat vind jij van het weer in België? Waarom? 

Ik vind het weer in België (goed / slecht / fantastisch / afschuwelijk...), want / omdat...

400

Maak de zin opnieuw met 'vroeger'. Ik ga graag naar school en studeer elke dag. 

Ik ging graag naar school en ik studeerde elke dag. 

400

Ik was 17 jaar. Ik woonde in Brussel. (toen)

Toen ik 17 jaar was, woonde ik in Brussel. 

Ik was 17 jaar, toen ik in Brussel woonde. 

500

een opleiding ... (verbum) 

volgen

500

Als je aan een bureau werkt in een bank, dan werk je als... 

bankbediende

500

Hoe voelden jullie je toen jullie naar België kwamen? 

Ik voelde me..., toen ik naar België kwam. 

500

Maak de zin opnieuw met 'vroeger'. Ik vertrek uit mijn land en ik kom naar België.

Ik vertrok uit mijn land en ik kwam naar België.

500

Ik was 30 jaar. Ik kreeg een kind. (toen)

Ik was 30 jaar, toen ik een kind kreeg. 

Toen ik 30 jaar was, kreeg ik een kind.