Relative Pronouns
Passive
Future will/shall/to be going to
Can/Could/To be able to
100

Dit zijn de 7 vormen die je kan gebruiken voor relative pronouns (6W + 1T).

Who, Which, Whose, Whom, Where, When & That

100

Dit is wanneer een zin passive is.

Het onderwerp in de zin voert de handeling NIET uit.
100

Dit is wanneer je will/shall gebruikt.

Bij simpele verwijzingen naar de toekomst & als iets spontaan gaat gebeuren.

100

Deze vormen kan je gebruiken om het woord 'kunnen' te vertalen.

can & to be able to

100

Dit is wanneer een zin active is.

Als het onderwerp in de zin de actie uitvoert.

100

Dit is wanneer je to be going to gebruikt en wat de vormen van to be zijn.

Om aan te geven wat iemand van plan is of wat zeker gaat gebeuren / am,is,are

100

Deze vorm gebruiken om het woord 'konden' te vertalen.

could

300

Dit is wanneer je 'who' & 'which' mag vervangen voor 'that'.

Als er géén komma voor de bijzin staat. De bijzin kun je niet weglaten omdat je dan niet meer begrijpt over wie of wat het gaat.

300

Dit is hoe je de present simple passive maakt.

am, is, are + voltooid deelwoord.

300

Dit zijn de ontkennende vormen van will/shall en to be going to

won't / shan't / to be (am, is, are) + not + going to

300

Deze vorm gebruik je altijd als een zin in de tegenwoordige tijd staat.

Can

300

Dit is wanneer je 'who', 'which', en 'that' mag weglaten ø

Als het géén onderwerp in de bijzin is mag je het weglaten. Je kan de zin nog steeds begrijpen als je het weglaat.

300

Dit is hoe je de past simple passive maakt.

was / were + voltooid deelwoord.

300

Voor deze persoonsvormen mag je kiezen uit will / shall.

I & We

300

Deze vorm(en) gebruik je als een zin in de verleden tijd staat.

could of to be able to

500

Van de 6W's & 1 T

Welke vorm(en) kan je gebruiken voor plaatsen? (1)

Welke vorm(en) kan je gebruiken voor tijden? (1)

Welke vorm(en) kan je gebruiken voor dingen? (3)

Welke vorm(en) kan je gebruiken voor personen? (4)

Plaatsen = where

Tijden = when

Dingen = whose (bezit), that, which

Personen = who, that, whose, whom

500

Dit is wanneer je shall MOET gebruiken.

Bij I & We in een vragende zin.

500

Deze vorm mag je gebruiken in plaats van 'can' in alle andere tijden dan de tegenwoordige tijd.

To be (am, is, are) able to