Dit zijn de 7 vormen die je kan gebruiken voor relative pronouns (6W + 1T).
Who, Which, Whose, Whom, Where, When & That
Dit is wanneer een zin passive is.
Dit is wanneer je will/shall gebruikt.
Bij simpele verwijzingen naar de toekomst & als iets spontaan gaat gebeuren.
Deze vormen kan je gebruiken om het woord 'kunnen' te vertalen.
can & to be able to
Dit is wanneer een zin active is.
Als het onderwerp in de zin de actie uitvoert.
Dit is wanneer je to be going to gebruikt en wat de vormen van to be zijn.
Om aan te geven wat iemand van plan is of wat zeker gaat gebeuren / am,is,are
Deze vorm gebruiken om het woord 'konden' te vertalen.
could
Dit is wanneer je 'who' & 'which' mag vervangen voor 'that'.
Als er géén komma voor de bijzin staat. De bijzin kun je niet weglaten omdat je dan niet meer begrijpt over wie of wat het gaat.
Dit is hoe je de present simple passive maakt.
am, is, are + voltooid deelwoord.
Dit zijn de ontkennende vormen van will/shall en to be going to
won't / shan't / to be (am, is, are) + not + going to
Deze vorm gebruik je altijd als een zin in de tegenwoordige tijd staat.
Can
Dit is wanneer je 'who', 'which', en 'that' mag weglaten ø
Als het géén onderwerp in de bijzin is mag je het weglaten. Je kan de zin nog steeds begrijpen als je het weglaat.
Dit is hoe je de past simple passive maakt.
was / were + voltooid deelwoord.
Voor deze persoonsvormen mag je kiezen uit will / shall.
I & We
Deze vorm(en) gebruik je als een zin in de verleden tijd staat.
could of to be able to
Van de 6W's & 1 T
Welke vorm(en) kan je gebruiken voor plaatsen? (1)
Welke vorm(en) kan je gebruiken voor tijden? (1)
Welke vorm(en) kan je gebruiken voor dingen? (3)
Welke vorm(en) kan je gebruiken voor personen? (4)
Plaatsen = where
Tijden = when
Dingen = whose (bezit), that, which
Personen = who, that, whose, whom
Dit is wanneer je shall MOET gebruiken.
Bij I & We in een vragende zin.
Deze vorm mag je gebruiken in plaats van 'can' in alle andere tijden dan de tegenwoordige tijd.
To be (am, is, are) able to