perfectum
imperfectum
vaste preposities
100

Maak een zin in het perfectum van: 

GIETEN


Ik heb koffie in het kopje gegoten

We hebben water op de plantjes gegoten

100

Maak een zin in het imperfectum met: 

DRAGEN


Hij droeg een zwarte bril.

100

Bravo met je diploma!

ik ben fier ........ jou!

Ik ben fier op jou!

(= Ik ben trots op jou)

200

Maak een zin in het perfectum met:

AANDOEN

Ze hebben hun schoenen aangedaan.

200

Maak een zin in het imperfectum met: 

VERKOPEN

Hij verkocht zijn huis in 2011.

200

Mijn zoon is bezeten ........ basketbal!

Hij speelt elke dag!

Hij is bezeten van basketbal.

300

Maak een zin in het perfectum met:

GENIETEN (+ vaste prepositie)

Ik heb van de vakantie genoten

300

Maak een zin in het imperfectum met:


MEENEMEN

Ik nam mijn fles water mee (naar school).

Ze namen hun boekentas mee.

300

Hij is .... de les begonnen.

Hij is met de les begonnen. 

400

Maak een zin in het perfectum met:

STELEN

De dief heeft mijn fiets gestolen.

400

Maak een zin in het imperfectum met: 

BESPREKEN

Ze bespraken hun opties tijdens de vergadering.

400

Maak een zin met het woord: 

'VERANTWOORDELIJK' + vaste prepositie

Ik ben verantwoordelijk voor de organisatie van het feest.

500

Maak een zin in het perfectum met:

LIGGEN

Hij heeft op de sofa gelegen.

500

Maak een zin in het imperfectum met:

ROEPEN

Moeder riep de kinderen: 'Komen eten!'

500

Maak een mooie zin met:

GOESTING + prepositie

Ik heb goesting in een ijsje.

(= ik heb zin in een ijsje)

600

Maak een zin in het imperfectum met:

SCHRIKKEN (+prepositie)

HIj is heel hard geschrokken van die explosie.

600

Maak een zin in het imperfectum met:

KUNNEN

Hij kon goed zwemmen.

Wij konden goed tekenen.

600

Maak een zin met

'KRITIEK HEBBEN' + prepositie

We hebben veel kritiek op onze regering.

700

Maak een zin in het perfectum met: 


VRIEZEN

Het heeft de hele nacht gevroren.
700

Maak een zin in het imperfectum met:

OPLADEN

Hij laadde zijn gsm op.

700

Maak een zin met: 

BEWUST + prepositie

Is hij zich wel bewust van de gevaren van zo'n reis?

(zich bewust zijn van iets)

800

Maak een zin in het perfectum met: 

UITBLAZEN

Ze heeft de kaarsjes op de taart uitgeblazen.

800

Maak een zin in het imperfectum.

INBREKEN (+ prepositie)

De dief brak in in het schoolgebouw.

800

Maak een zin met:

'REKENING HOUDEN' + prepositie

Ik moet rekening houden met mogelijke files als ik naar mijn werk vertrek.