3.1 Cultuur
3.2 Socialisatie
7.1 Samen leven
7.2 Hokjes denken
7.3 Integratie
100

Geef een voorbeeld van een waarde.

veiligheid, gelijkheid, respect, geduldig, vrijheid

100

Noem 3 plaatsen/groepen waar je kan socialiseren.

gezin, school, overheid, sportclub, vriendengroep, media.

100

Waarom noemen we Nederland een pluriforme samenleving?

Nederland is een samenleving van mensen met verschillende culturen en leefstijlen. Waar je de vrijheid hebt om te leven zoals je wilt.

100

Wat is het verschil tussen een stereotype en een vooroordeel?

Een stereotyp gaat over een groep mensen, terwijl een vooroordeel gaat over 1 persoon.

100

Wat is assimilatie?

Je vervangt bijna alles van de cultuur van het land waar je vandaan komt naar de cultuur van het land waar je heen gaat. Je laat dus je ouder cultuur en neemt volledig een nieuwe cultuur aan.

200

Wat is een dominante cultuur?

De waarden normen en gewoonten die de meeste mensen in een land met elkaar delen.

200

Op welke 3 manieren kun je socialiseren?

Imitatie, informatie en ervaringen.
200

"Wij vmbo-leerlingen zijn veel gezelliger dan die nerds van het vwo" Dit is een voorbeeld van...

Wij-zij denken

200

"Sami draagt een jas van de Hells Angels, hij zal vast een crimineel zijn" Dit is een voorbeeld van..

vooroordeel

200

Geef een positief en een negatief gevolg van integratie.

Positief: Nieuwe gerechten, taal, kleding en muziek.

Negatief: Sommige mensen voelen zich minder thuis en op hun gemak in hun eigen land.

300

Noem een gewoonte die past bij de Nederlandse dominante cultuur.

schaatsen, fietsen, met oud en nieuw oliebollen eten.

300

Manieren waarop mensen ervoor zorgen dat anderen zich aan de regels houden noemen we ........

sociale controle

300

Noem twee negatieve gevolgen van wij-zij denken

discriminatie en polarisatie

300

Noem drie gebieden waarop discriminatie kan plaatsvinden.

Migratie-achtergrond, uiterlijk, sekse, seksuele geaardheid, leeftijd, geloof, handicap.

300

Wat zijn  de 3 basiswaarden in Nederland?

Vrijheid, Gelijkwaardigheid en solidariteit.

400

Waar kan je subcultuur mee te maken hebben? Noem 3 soorten.

geloof, muziek, werk, politiek, woonplaats, migratie-achtergrond of etniciteit.

400

Een compliment van je docent is een voorbeeld van....

een positieve sanctie

400

In Aduard kennen de mensen elkaar goed en hebben ze veel voor elkaar over. Er is daar veel......

sociale cohesie

400

Sociale ongelijkheid is...

Dat niet iedereen dezelfde kansen krijgt in de samenleving.

400

Op welke manieren probeert de overheid integratie te bevorderen?

Door inburgeringscursussen te verplichten en door geld te geven om Nederlandse lessen te volgen.

500

Je lengte, de kleur van je ogen en je ritmegevoel zijn voorbeelden van..

Aangeboren kenmerken

500

Als Jason nieuwe mensen ontmoet dan geeft hij ze automatisch een hand. Dit is een voorbeeld van...

Internalisatie

500

Geef een voorbeeld waarbij sprake is van polarisatie. 

Opvang van vluchtelingen. Voor en tegenstanders Zwarte Piet. Stikstof uitstoot. Klimaatmaatregelen.

500

Wat is racisme?

Discriminatie op basis van huidskleur.

500

Leg uit dat integratie vaak meer conflicten geeft dan segregatie.

Bij segregatie komen mensen elkaar minder tegen omdat ze gescheiden leven. Bij integratie moeten verschillende groepen juist leren samen te leven en dit geeft eerder conflicten.