fonetiek/fonologie
morfologie
orthografie
tekst
semantiek
100

Dit is een spraakklank die tijdens zijn articulatie evolueert van klinker tot halfvocaal (j of w). We onderscheiden er drie in het Nederlands.

Wat is een tweeklank/diftong?

100

Dit is het kleinste vormelement in een taal met een grammaticale en/of semantische functie.

Wat is een morfeem?

100

Dit is een ander woord voor zinsleer.

Wat is syntaxis?

100

Dit benoemt wat de zender met de tekst wil bekomen bij de ontvanger.

Wat is het (tekst)doel?

100

Dit zijn woorden die we overnemen uit andere talen.

Wat zijn leenwoorden?

200

Deze studie bestudeert de functie van taal, klanken binnen een taal.

Wat is fonologie?

200

Dit is een morfeem dat zelfstandig (met betekenis) in een taal optreedt.

Wat is een vrij/lexicaal morfeem?

200

Dit is een werkvorm waarin de leraar gerichte vragen stelt om leerlingen zelf regels te laten ontdekken en formuleren.

Wat is een onderwijsleergesprek?

200

Dit is een verzameling van zinnen die bij éénzelfde kerngedachte horen.

Wat is een alinea?

200

Dit is de conceptuele inhoud die we ons bij een woord voorstellen, het is de definitie die je in een woordenboek zou tegenkomen.

Wat is de denotatie?

300

Dit zijn diverse manieren om klinkerklanken uit te spreken: kort of gerokken met variërend intonatiepatroon. Ook Chinezen hanteren deze. Zij doen dat, net als Limburgers, om via klinkerklanken woorden verschillende betekenissen toe te kennen.

Wat zijn stoot- en sleeptonen?

300

In dit woordvormingsprocedé worden vrije morfemen aan elkaar geplakt, al dan niet met een tussenklank, om een nieuw woord te vormen.

Wat is een samenstelling?

300

Deze spellingregel schrijft voor dat verschillende woorden die op overeenkomstige wijze gevormd zijn, ook op overeenkomstige wijze geschreven worden.

Wat is de regel van de analogie?

300

Dit is het kronkelende woordteken dat in woordenboeken symbool invalt voor het trefwoord.

Wat is een tilde?

300

Bij dit woordvormingsprocedé worden delen van twee woorden gecombineerd tot een nieuw woord dat betekeniselementen van beide woorden bevat.

Wat is blending/een porte-manteauwoord?

400

Dit is een andere naam voor de niet-standaardtalige sjwa die we toevoegen tussen een [r] of [l] die gevolgd wordt door een [p], [f], [k] of [ɣ]. Dat gebeurt om de uitspraak te vergemakkelijken.

Wat is een svarabhaktivocaal?

400

Dit is de verzamelterm voor wanneer gebonden morfemen de grondbetekenis van het vrije morfeem niet aanpassen maar wel een nieuw woord vormen.

Wat is flexie?

400

Dit is een woord dat symbool staat voor een bepaalde spellingregel omdat het die spellingregel ook omvat, bv. de zonnebloemregel -> samenstellingen waarvan het eerste deel uniek is, schrijven we zonder tussenletter.

Wat is een knipperwoord?

400

Dit zijn informatiegegevens die de hoofdpunten verder toelichten of ondersteunen.

Wat zijn bijzaken?

400

Dit begrip omhelst hoe de houding van de zender ten opzichte van de boodschap duidelijk wordt in een taaluiting.

Wat is modaliteit?

500

Zo noemen we taalkenmerken die fonemen en morfemen overstijgen, zoals prosodie.

Wat is suprasegmentaal?

500

Dit is de verzamelnaam voor de twee morfemen die samen voor- en achter een vrij morfeem worden geplaatst.

Wat is een circumfix/omvoegsel?

500

Zo noemen we talen waarbij er een grotere een-op-eenovereenkomst is tussen hoe de taal klinkt en de lettertekens die worden gebruikt in schrijven.

Wat zijn transparante talen?

500

Dit is een enkele, losse regel die bij een alinea hoort op de volgende pagina of in de volgende tekstkolom.

Wat is een weeskind?

500

Dit is een vorm van metonymie waarbij we het geheel noemen, maar een deel bedoelen.

Wat is een totum pro parte?