Rekenen
Procenten
Breuken
Meetkunde
Verhoudingen
Vergelijkingen oplossen
100

27 + 35

62

100

Hoeveel is 10% van 80?

8

100

Welke breuk is hetzelfde als 0,5?

1/2

100

Hoeveel graden heeft een rechte hoek?

90
100

De verhouding jongens : meisjes is 2 : 3. Er zijn 10 jongens. Hoeveel meisjes zijn er?

15

100

3x + 2x

5x
200

84 − 37 + 15

62

200

Een shirt kost €60. Er is 25% korting. Hoeveel betaal je?

45

200

Herleid: ½ + ¼

3/4

200

Een rechthoek is 8 cm lang en 5 cm breed. Wat is de omtrek?

26 cm

200

Een auto rijdt 60 km per uur. Hoe ver rijdt hij in 3 uur?

180km

200

4a + 3 + 2a

6a + 3

300

6 × (12 − 4)

48

300

Een fiets kost €400. De prijs stijgt met 10%. Wat is de nieuwe prijs?

440

300

Herleid: ¾ − ⅓

5/12
300

Een rechthoek is 9 cm lang en 6 cm breed. Wat is de oppervlakte?

54cm2

300

Op een kaart is de schaal 1 : 100.000. Hoeveel kilometer is 4 cm op de kaart?

4km

300

5x + 3 + 2x + 7

7x + 10

400

120 ÷ 5 + 7 × 3

45

400

Een jas kost €120. Eerst krijg je 20% korting. Daarna nog eens 10% korting op de nieuwe prijs. Wat betaal je?

86,40

400

Herleid: ⅔ × ¾

1/2

400

Een driehoek heeft een basis van 12 cm en een hoogte van 5 cm. Wat is de oppervlakte?


30cm2

400

Voor 4 personen heb je 300 gram pasta nodig. Hoeveel gram heb je nodig voor 10 personen?

750gram

400

8a + 5b + 2a + 3b

10a + 8b
500

3 × (18 − 6) ÷ 2 + 7

25

500

Een prijs stijgt van €80 naar €100. Met hoeveel procent is de prijs gestegen?

25%

500

Je hebt 60 snoepjes. ⅗ daarvan zijn rood. Hoeveel rode snoepjes zijn er?

36

500

Een vierkant heeft een oppervlakte van 81 cm². Hoe lang is één zijde?

9cm

500

Een recept voor 6 personen gebruikt 450 gram bloem. Je wilt het recept maken voor 14 personen. Hoeveel gram bloem heb je nodig?

1050gram

500

7x + 4y + 3 − 2x + 5y + 8

5x + 9y + 11