Possessive Pronouns
This/That/These/Those
To be
Present Continuous
100

Dit is wanneer je een possessive pronoun gebruikt.

Om een bezit aan te geven.

100

Dit zijn Nederlandse woorden die we kunnen gebruiken voor This, That, These & Those.

Dit, deze, die, dat.

100

Dit zijn de Nederlandse vormen van 'To be'.

Ben, is en zijn.
100

Dit is wanneer je de present continuous gebruikt (de regel die je hebt geleerd).

Als iets nu aan de gang is of bezig is.

200

Dit zijn de vormen voor:

Mijn, jouw, zijn, haar, van het / ervan, ons, jullie, hun

Dit zijn de vormen:

My, your, his, her, its, our, your, their

200

Welke vorm gebruik je wanneer? (dichtbij, ver weg, enkelvoud, meervoud).

This = enkelvoud dichtbij

That = enkelvoud ver weg

These = meervoud dichtbij

Those = meervoud ver weg

200

Dit zijn de vormen van 'to be'.

Am, Is, Are.

200

Dit is hoe je de present continuous maakt.

To be + stam van het werkwoord + ing.

300

Dit zijn de vormen voor:

Van mij, van Jou, van hem, van haar, van het, van ons, van jullie, van hun

Dit zijn de vormen:

Mine, yours, his, hers, its, ours, yours, theirs

300

Dit woord voeg je toe als je het ontkennend maakt.

Not.

300

Dit is hoe je de present continuous maakt in een ontkennende vorm (iets is niet zo).

To be + not + stam van het werkwoord + ing

500

Dit is een trucje hoe je weet of je 'my' of 'mine' gebruikt.

Als je er in het Nederlands 'van' voor zet gebruik je mine en de andere vormen uit deze rij.

500
Dit is hoe je de vormen van to be schrijft als ze ontkennend zijn.

Am not 

Is not / isn't

Are not / aren't

500

Dit is een uitzondering wat er gebeurd als het werkwoord op een e eindigt (bv. make).

De e gaat weg en -ing komt achter het werkwoord (bv making).

M
e
n
u