Een coach wil verder gaan dan alleen empathisch luisteren en durft de coachee meer te prikkelen. Welke vorm van coaching past hierbij?
Antwoord: Uitdagend coachen.
Een coach merkt dat hij te lang blijft twijfelen of een moeilijke vraag wel goed zal vallen. Wat zou hij volgens de syllabus meer moeten durven?
Antwoord: Moeilijkere/uitdagende vragen stellen zonder zich onnodig door die twijfel te laten tegenhouden.
Een gesprek blijft hangen in alles wat momenteel misgaat. Welke beweging wil de coach zo snel mogelijk maken?
Antwoord: Van Reality naar Goal. liften.
Je coachee vertelt uitgebreid wat hij allemaal niet meer wil. Jij wilt hem laten nadenken over wat hij daarvoor in de plaats wil. Welke vraagrichting kies je?
Antwoord: De verschilvraag.
Wat blijft volgens de syllabus de rode draad, ook wanneer een coach uitdagender gaat werken?
Empathie
Een coachee vertelt iets waaruit blijkt dat zijn woorden en intenties niet helemaal overeenkomen. Wat kan de coach hiermee doen?
Antwoord: Betrokken confronteren.
De coachee heeft gezegd wat hij wil bereiken, maar het blijft nog erg vaag. Wat doet de coach vervolgens?
Antwoord: Doorvragen tot de Goal heel concreet is, in “geuren en kleuren”.
Een coachee heeft een groot doel voor ogen dat nog ver weg lijkt. Je wilt het grote doel behouden, maar samen haalbare tussenstappen bepalen. Welke soort vraag helpt hierbij?
Antwoord: De tijdvraag.
Een coach toont inlevingsvermogen, maar vertrouwt er tegelijkertijd op dat de coachee zelf kan groeien en veranderen. Welke twee elementen worden hier gecombineerd?
Antwoord: Inlevingsvermogen + geloof in de expansiekracht van de coachee.
Een coach wil voorkomen dat hij het gesprek volledig overneemt. Wat moet hij met het verhaal van de coachee doen?
Antwoord: Het verhaal niet afnemen en echt luisteren.
Waarom kan het nuttig zijn om de Goal uitgebreider te verkennen?
Antwoord: Omdat dit hoop en uitzicht op verandering geeft en de energie van de coachee kan verhogen.
Een coachee zegt: “Ik kan dit echt niet.” Je vraagt: “Stel je voor dat je het wél kon. Wat zou je dan anders doen?” Welke vraagtechniek gebruik je?
Antwoord: De wondervraag/droomvraag.
Waarom zou een coach soms bewust een wat gewaagdere vraag stellen in plaats van voorzichtig rond het probleem te blijven draaien?
Antwoord: Om de coachee te prikkelen, tot de kern te komen en meer resultaat te bereiken.
Een coach wil dat de coachee zich veilig voelt, ondanks het feit dat de coach soms confronterende vragen stelt. Hoe kan hij die veiligheid ondersteunen?
Antwoord: Door o.a. discretie te garanderen, transparant te zijn en zonder oordeel te kijken.
Een coach stelt een moeilijke vraag, maar wil tegelijk de relatie met de coachee behouden. Welke houding is hierbij belangrijk?
Antwoord: Betrokkenheid en veiligheid binnen de coachrelatie.
Je spreekt je coachee over enkele maanden opnieuw. Je vraagt hem wat hij jou dan zou vertellen als de coaching succesvol is geweest. Welke techniek gebruik je?
Antwoord: De toekomstprojectievraag.
Een coachee neemt weinig initiatief. Wat probeert uitdagend coachen uiteindelijk bij de coachee te stimuleren?
Antwoord: Meer lef en het beter vastnemen van actiepunten.
Waarom is het belangrijk dat een coach niet te snel meegaat in alles wat een coachee vertelt?
Antwoord: Om extra door te vragen naar de echte motivatie en intenties en eventuele inconsistenties of twijfel te ontdekken.
Wat gebeurt er volgens de syllabus wanneer een coachee te lang verstrikt raakt in het vertellen over problemen?
Antwoord: De energie wordt weggezogen in een “bodemloze put”; de focus verschuift daarom beter terug naar de Goal.
Een coachee geeft aan dat hij op een bepaald vlak een 5/10 staat. Je wilt niet focussen op wat er nog ontbreekt, maar onderzoeken waarom hij al op 5 staat en wat een kleine volgende stap kan zijn. Welke vraagtechniek past hierbij?
Antwoord: De schaalvraag.