De elektrische gitaar is niet aangesloten op een geluidsinstallatie. Als je erop gaat spelen welke gitaar klinkt harder?
A. De gewone gitaar
B. De elektrische gitaar
A. De gewone gitaar

Met een balans meet je de grootheid...
A. Temperatuur
B. Lengte
C. Tijd
D. Massa
D. Massa
Wat is het symbool voor volt?
V
Het vallen van een steen is...
A. Natuurkunde
B. Scheikunde
C. Biologie
D. Wiskunde
A. Natuurkunde
Op de foto zie je een viool.
Welke drie factoren bepalen samen de toonhoogte?
A. Dikte snaar, harder spelen, lengte snaar
B. Zachter spelen, spanning op snaar, lengte snaar
C. Dikte snaar, spanning op snaar, lengte snaar
C. Dikte snaar, spanning op snaar, lengte snaar

Verandert de massa van een lichaam als we het met een raket naar de maan zouden brengen?
A. ja
B. nee
B. Nee
Welke van de 4 opties is een geleider?
A. koper
B. plastic
C. hout
D. rubber
A. koper
Welk mengsel kun je wel filtreren?
A. Oplossing
B. Suspensie
C. Emulsie
D. Alledrie
B. Suspensie
Een dolfijn produceert een toon van 30 000 Hz.
Welke dieren zo’n toon kunnen horen?
A. Hond, vleermuis, dolfijn
B. Hond, olifant, dolfijn
C. Mens, hond, muis
D. Mens, olifant, muis
A. Hond, vleermuis, dolfijn

Je buurmeisje zit op het gras naast jou en vertelt dat zij een massa van 40 kg heeft en een gewicht van 402N. Bereken of zij de waarheid vertelt. (g=10m/s2)
A. 402 x 10 = 4020 dus ze heeft geen gelijk
B. 40 x 10 = 400 dus ze heeft geen gelijk
C. 40 x 10 = 400 dus ze heeft gelijk
D. 402 : 10 = 40,2 dus ze heeft gelijk
B. 40 x 10 = 400 dus ze heeft geen gelijk

Je ziet hier een schakeling. Wat wijst het pijltje aan?
A. Batterij
B. Krokodillentangen
C. Schakelaar
D. Gebroken draad
C. Schakelaar

Er staan 3 potten met snoep in de kast. 1 pot is gevuld met drop, 1 pot met pepermunt en 1 pot met een mix van pepermunt en drop. De potten zijn gelabeld met "drop" "pepermunt" en "pepermunt & drop". Het probleem is: alle labels zitten op de verkeerde pot!
Jij moet er voor zorgen dat alle labels naar de juiste pot worden verplaatst. Maar, de enige manier om te ontdekken welk snoep er in de pot zit, is door te proeven. Je wilt 100% zeker weten dat de juiste label op de juiste pot komt. Maar je houdt niet van drop en ook niet van pepermunt, dus je wilt zo min mogelijk proeven.
Hoe vaak moet je minimaal proeven?
A. 1x
B. 2x
C. 3x
Eén keer. Als je één keer proeft uit de pot met het etiket "pepermunt & drop" weet je of het een pot met drop of pepermunt is want het is in elk geval geen mix en het etiket is fout. Daarna kun je 1 op 1 doorschuiven.

Hoeveel verschillende stemvorken zijn er gebruikt voor de drie oscilloscoopbeelden?
A. 1
B. 2
C. 3
B. 2

Twee even grote ballen met een andere massa worden van dezelfde hoogte tegelijk losgelaten.
Welke komt als eerste beneden aan?
A. De bal met de grootste massa komt als eerste beneden aan.
B. De bal met de kleinste massa komt als eerste beneden aan.
C. Beide ballen komen gelijk beneden aan.
Ze komen gelijk aan.

Ik draai 1 lampje uit deze schakeling. Wat gebeurt er met de andere 6 lampen?
A. Alle lampjes gaan uit
B. De andere 6 lampjes gaan allemaal iets harder
branden
C. Er gebeurt helemaal niets
D. Alleen de lampjes die voor de lamp staan die eruit
is gedraaid, werken nog.
A. Alle lampjes gaan uit

Deel A heet ...
A. het filtraat
B. het residu
C. het destillaat
D. de suspensie
B. het residu

De tijdinstelling van de drie oscilloscoopschermen is 1 ms per hokje.
Welke zin is onjuist?
A. In scherm C is een zachte toon afgebeeld.
B. In scherm B is een lage toon afgebeeld
C. In scherm C is de laagste toon afgebeeld.
D. In scherm A en scherm C hebben de tonen dezelfde toonhoogte.
D. In scherm A en scherm C hebben de tonen dezelfde toonhoogte.

Wat zal er gebeuren als je de rechter baksteen weghaalt?
A. Niets, alle krachten zijn in evenwicht.
B. De rolschaats rolt weg.
Niets, alle krachten zijn in evenwicht.
Wat zijn de voordelen van een parallel schakeling?
A. Bij een parallel schakeling heb je meerdere
stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft
de rest werken.
Ook branden alle lampen die parallel staan even
fel.
B. Bij een parallel schakeling heb je slechts 1
stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de
rest ook uit.
Ook branden alle lampen die parallel staan even
fel.
C. Bij een parallel schakeling heb je meerdere
stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft
de rest werken.
Maar alle lampen branden minder fel, omdat de
stroom wordt verdeeld over verschillende paden.
D. Bij een parallel schakeling heb je een
stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de
rest ook uit.
Alle lampen branden minder fel, omdat de stroom
wordt verdeeld over verschillende paden.
A. Bij een parallel schakeling heb je meerdere
stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft
de rest werken.
Ook branden alle lampen die parallel staan even
fel.

Op twee weegschalen staan identieke cilinders met water. In één cilinder drijft een dobber. Het waterpeil is in beide cilinders even hoog. Welke cilinder heeft de grootste massa?
A. De cilinder zonder dobber.
B. Ze wegen beide evenveel.
C. De cilinder met dobber.
B. Ze wegen beide evenveel.