Wat deed jij als kind?
Wat deed jij als kind?
Wat deed jij als kind?
Wat deed jij als kind?
100

graag koken? 

Kookte jij graag? 

100

in een stad wonen? 

Woonde jij in een stad? 
100

een gsm gebruiken? 

Gebruikte jij een gsm? 

100

met andere kinderen voetballen? 

Voetbalde jij met andere kinderen? 

200

naar welke muziek luisteren? 

Naar welke muziek luisterde jij? 

200

elke dag afwassen? 

Waste jij elke dag af? (separabel! )

200

jouw kamer opruimen? 

Ruimde jij jouw kamer op? (separabel!)

200

in de kerstman geloven? 

Geloofde jij in de kerstman? 

300

over wat praten? 

Over wat praatte jij? 

300

graag huiswerk maken?

Maakte jij graag huiswerk? 

300

een sigaret roken? 

Rookte jij een sigaret? 

300
graag dansen? 

Danste jij graag? 

400

wat verzamelen?   (bv. flippo's, Diddle, stickers...)


verzamelen= to collect

Wat verzamelde jij? 

400

in de bossen wandelen? 

Wandelde jij in de bossen? 

400

geld verdienen? 

Verdiende jij geld? 

400

een bekend persoon ontmoeten? 

Ontmoette jij een bekend persoon? 

500

met wat spelen? 

Met wat speelde jij? 

500

naar andere landen reizen? 

Reisde jij naar andere landen? 

500

naar school fietsen? 

Fietste jij naar school? 

500

wat willen worden? 

Wat wilde jij worden? 

M
e
n
u