boodschappen doen
Heb je boodschappen gedaan?
Heb je gewinkeld?
Nederlands praten
een pintje drinken
Heb je een pintje gedronken?
dansen
Heb je gedanst?
Heb je feest gevierd?
pasta maken
Heb je pasta gemaakt?
fietsen
Heb je gefietst?
op restaurant gaan
Ben je op restaurant gegaan/geweest?
op Canvas kijken
Heb je op Canvas gekeken?
Muziek luisteren
Heb je muziek geluisterd?
familie bellen
Heb je familie gebeld?
naar de markt gaan
Ben je naar de markt geweest?
naar de zee gaan
Ben je naar de zee gegaan/geweest?
vakantieplannen maken
Heb je vakantieplannen gemaakt?
Heb je je tanden gepoetst?
sporten
Heb je gesport?
in het park wandelen
Heb je in het park gewandeld?
het huis poetsen
Heb je het huis gepoetst?
een muziekinstrument spelen
Heb je een muziekinstrument gespeeld?
vrienden bezoeken
Heb je vrienden bezocht?
frietjes halen (bij de frituur)
Heb je frietjes gehaald (bij de frituur)?
een film kijken
Heb je een film gekeken?
een nieuw Nederlands woord leren
Heb je een nieuw Nederlands woord geleerd?
werken
Heb je gewerkt?